Miniserver Gen. 1

De Loxone Miniserver dient als centrale besturingseenheid voor allerlei automatiseringstaken.

Het besturingssysteem en de gebruikersprogrammering en -instellingen worden opgeslagen op de verwisselbare micro SD-kaart. De LAN-interface maakt programmering mogelijk, de geïntegreerde webserver maakt de bediening van de gebouwtechniek mogelijk via een webinterface of de Loxone App.

Er zijn 8 potentiaalvrije relaiscontacten, 8 digitale ingangen, 4 analoge ingangen (0-10V) en 4 analoge uitgangen (0-10V) beschikbaar. Via de Link interface kan de Miniserver worden uitgebreid met maximaal 30 Extensions met extra functies zoals in- en uitgangen of interfaces.

Er is ook een interface voor het aansluiten van KNX-apparaten geïntegreerd.

Datasheet Miniserver Gen. 1

Inhoudsopgave


Inbedrijfname

De installatie vindt plaats in een geschikte verdeler op een DIN-rail.

Sluit de stroomvoorziening aan, evenals de in-/uitgangen en interfaces, indien nodig.

Via de LAN-aansluiting is de Miniserver verbonden met het lokale netwerk of een WLAN-router.

Informatie omtrent bekabeling.

De Miniserver start op nadat de stroom is ingeschakeld en is binnen enkele seconden bedrijfsklaar. De linker status-LED knippert elke seconde groen om aan te geven dat de Miniserver klaar is om te draaien.
De rechter LED brandt als er berichten zijn over de Systeemstatus.

Bij de eerste start met fabrieksinstellingen krijgt de Miniserver via DHCP een IP-adres van de router.
Als er geen DHCP-server in het netwerk actief is, of als de Miniserver rechtstreeks op een pc is aangesloten, heeft deze het IP-adres 192.168.1.77. Wijs in dit geval een geschikt IP-adres toe aan de pc om de verbinding mogelijk te maken.
Een link-local-adressering via Zeroconf wordt door de Miniserver Gen. 1 niet ondersteund.

Vervolgens kunt u in Loxone Config zoeken naar de Miniserver in het netwerk en vervolgens verbinding maken. Voor een Miniserver met fabrieksinstellingen zijn de gebruiker en het wachtwoord: admin/admin

Volg dan onze instructies voor eerste-configuratie$$ om uw nieuwe project met de Miniserver te maken.


Aansluiten van Extensions

Er kunnen maximaal 30 Extensions worden aangesloten op de Miniserver volgens het volgende schema:

Verbind de Extensions op een lineaire manier over de Link interface met de Miniserver. Als er een aparte voeding wordt gebruikt voor de Extensions (bv. in een subverdeler), moet ook de GND worden aangesloten. In dit geval worden de voedingen aangesloten via de GND (negatieve pool). Deze verbinding is absoluut noodzakelijk voor een stabiele datatransmissie.

Voor de bekabeling van de Link datalijnen in het gebouw wordt een getwist paar CAT5/6/7-kabels gebruikt. Gebruik hier het blauw/witte draadpaar. Op deze manier kan met de Loxone Link een lengte tot 500m worden bereikt.

Met de 120 Ohm Afsluitweerstand wordt de Link interface bij de laatste Extension beëindigd. Sluit hiervoor de weerstand aan die in de Miniserver is opgenomen.


Aanleren van Extensions

Om Extensions toe te voegen in Loxone Config, klikt u eerst op de Miniserver en activeert u vervolgens Zoek Extensions. Nu wordt het zoeken naar een link geopend en worden alle Extensions, die verbonden zijn met de Miniserver, opgesomd. Markeer nu een Extension en voeg deze aan de programmatie toe met het + teken. Met de knop "Voeg alle apparaten toe" kunt u dit doen voor alle gevonden Extensions.

Als u hier een Extension markeert, wordt deze geïdentificeerd door een knipperende status-LED. Hierdoor kunt u de apparaten dienovereenkomstig toewijzen.

Met Apparaat vervangen kunt u een Extension die al in de programmering zit, vervangen door een andere Extension van hetzelfde type. Dit is nuttig wanneer een apparaat wordt vervangen of Extensions worden toegevoegd aan een reeds geplande programmering. Als alternatief kunt u het serienummer wijzigen in de eigenschappen van een Extension die al in de programmering zit.

Om de wijzigingen te accepteren, slaat u het programma achteraf op in de Miniserver.

Daarna zijn de toegevoegde Extensions klaar voor gebruik, de respectievelijke functies zijn klaar voor programmering in de randapparatuur van Loxone Config.


Update en diagnose bij Extensions

Als een Update nodig is voor Extensions, worden ze in het oranje gemarkeerd in de apparaatstatus. Dit is vaak het geval als er recentelijk een update van de Miniserver is gedaan, of als er Extensions met een oudere firmwareversie zijn toegevoegd.

De update van de Extensions wordt automatisch op de achtergrond uitgevoerd door de Miniserver, de Extensions blijven in principe functioneel. Er kunnen echter vertragingen optreden in de gegevensoverdracht. In zeldzame gevallen zijn gedeeltelijke functies van Extensions pas weer beschikbaar nadat de update is voltooid.

De volgende mogelijkheden zijn beschikbaar voor de Diagnose:

1. De status-LED van een Extension laat al een snelle controle toe op fouten.
Rood knipperend: Geen verbinding met Miniserver, controleer de bekabeling en Miniserver.
Oranje knipperend: Verbinding met Miniserver OK, maar Extension nog niet toegevoegd aan de programmering.
Groen knipperend: Alles is OK, Extension is online.
Oranje/rood knipperend: Update wordt overgedragen.
Snel rood/groen knipperen: Extension is gemarkeerd in Loxone Config en identificeert zichzelf.< br> Geen knipperen: < /u> Controleer de stroomvoorziening.

2 De link diagnose maakt een meer gedetailleerde analyse mogelijk. Om dit te doen, maakt u verbinding met de Miniserver, markeert u een apparaat met een Link interface en klikt u vervolgens op de knop Link diagnose.

In het venster van de Link diagnose staan nu de Extensions vermeld. Diagnostische gegevens worden continu doorgegeven, waarmee eventuele storingen kunnen worden opgespoord. Als er fouten optreden, worden deze overeenkomstig weergegeven. Neem de Link diagnose even in acht, ook tijdelijke fouten (bv. slecht contact, potentieel verschil) worden merkbaar doordat er data pakketten verloren gaan.

Checklist voor het oplossen van problemen met de Link interface


Meer informatie

Herstellen van de oorspronkelijke status en het formatteren van de SD-kaart

Een back-up aanmaken

Update van de Miniserver

Externe toegang instellen

Verbinden van meerdere Miniservers via de Tree Intercommunicatie

Verbinden van meerdere Miniservers over de Gateway-Client functie


Sensoren

Korte beschrijving Eenheid Waardebereik
Ingang 1 Digitaal -
Ingang 2 Digitaal -
Ingang 3 Digitaal -
Ingang 4 Digitaal -
Ingang 5 Digitaal -
Ingang 6 Digitaal -
Ingang 7 Digitaal -
Ingang 8 Digitaal -
Voltage 1 -
Voltage 2 -
Voltage 3 -
Voltage 4 -




Actoren

Korte beschrijving Eenheid Waardebereik
Actor (relais) 1 Digitaal -
Actor (relais) 2 Digitaal -
Actor (relais) 3 Digitaal -
Actor (relais) 4 Digitaal -
Actor (relais) 5 Digitaal -
Actor (relais) 6 Digitaal -
Actor (relais) 7 Digitaal -
Actor (relais) 8 Digitaal -
Voltage 1 -
Voltage 2 -
Voltage 3 -
Voltage 4 -




Eigenschappen

Korte beschrijving Beschrijving Standaard waarde
Serienummer Hier wordt de serienummer van het apparaat weergegeven.
Voor een Extension: 'Auto' mag enkel gebruikt worden als er maar 1 Extension van dit type aanwezig is.
-
Interne adres Geef hier het adres in waarmee de Miniserver via het lokale netwerk bereikbaar is (hostnaam of IP). -
Externe URL Voer het adres in via welke de Miniserver toegankelijk is via het internet (Hostnaam of IP).
Als u Loxone Cloud DNS gebruikt, voer dan in
dns.loxonecloud.com of dns.loxonecloud.com:<poort> als u geen poort 80 gebruikt.
-
Miniserver configuratie Bewerk de Miniserver instellingen. Hiervoor moet er een verbinding met de miniserver bestaan. -




Veiligheidsinstructies

De installatie moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien in overeenstemming met de geldende voorschriften.

De installatie vereist inbouw in een geschikte behuizing om bescherming tegen contact, water en vuil te garanderen.

Het apparaat mag niet worden gebruikt voor veiligheidskritische toepassingen.


Documenten

Datasheet Miniserver Gen. 1

Datasheet Relais