Inbedrijfname Miniserver

In de volgende handleiding vindt u tips en trucs om uw Miniserver in gebruik te nemen.

TECHNISCHE GEGEVENS

  • 8 digitale ingangen 24VDC
    (0-7,2V komt overeen met logisch 0; 7,0-8,2V schakeldrempel of niet gedefinieerd bereik; 8-24V komt overeen met logisch 1)
    Ingangsweerstand: 10kOhm
  • 24VDC bij de digitale ingangen mogen met max. 100mA worden belast. Niet geschikt voor de voeding van andere apparaten.
  • 4 analoge ingangen 0…10VDC, resolutie 10 bit
    (Ook als digitale ingang bruikbaar (24VDC): < 1V komt overeen met logisch 0; 1 – 24V komt overeen met logisch 1)
    Ingangsweerstand: 10kOhm
  • 8 digitale uitgangen (relais) 250VAC 5A bij cosφ=1, 30VDC 5A
    (Bij grotere belastingen moet een koppelrelais worden gebruikt)
  • 4 analoge uitgangen 0…10VDC, resolutie 12 bit, max. 20mA uitgangsbelasting (maximale toelaatbare continue stroom: 10mA)
  • Compacte uitvoering voor montage op DIN-rail
  • Afmetingen: 156 x 88 x 57 mm (T9-behuizing)
  • Gebruiksvriendelijke configuratiesoftware meegeleverd
  • Software voor bediening van pc, browser en mobiele apparaten inbegrepen
  • Onboard microprocessor en geheugen
  • Loxone OS besturingssysteem met geïntegreerde webserver
  • LAN-aansluiting
  • Sleuf voor micro-SD-kaart (tot 16 GB)
  • Geschikt voor KNX® EIB
  • Laag stroomverbruik – stroomverbruik ca. 120mA bij 24V
    (1,2 – 2,4 Watt)
  • Stroomvoorziening via een 24V-voeding (als toebehoren verkrijgbaar)
  • Stand-alone – geen extra servers of hardware vereist
  • Beschermingsgraad: IP20
  • Omgevingstemperatuur: 0 … +50 °C
  • Maximale relatieve luchtvochtigheid 95% (niet-condenserend)

 

 

aansluitschema van de loxone miniserver

 

MAATTEKENING

 

afmetingen loxone miniserver

 

INSTALLATIE

  • Monteer de Miniserver op de DIN-rail
  • Sluit, als de installatie afgewerkt is, 24V gelijkspanning aan, activeer pas na beëindiging van de volledige installatie
  • Sluit de in- en uitgangen aan
  • Verbind de LAN-aansluiting met het netwerk
  • Verbind Loxone Link met de eerste Extension
  • Sluit de Loxone Link van de laatste Extension af met een weerstand van 120 Ohm
  • Controleren: Micro-SD-kaart geplaatst
  • Activeer de stroomvoorziening
  • Controleren: Linker LED knippert na ca. 7 seconden groen = OK
    * Optionele stappen afhankelijk van configuratie en behoefte

 

INTRODUCTIEVIDEO “EERSTE INGEBRUIKNAME MINISERVER”

Deze video toont hoe u de Miniserver snel en eenvoudig in gebruik neemt. U ziet de netwerkconfiguratie, de eerste ingebruikname met de configuratiesoftware en het activeren van een gebruiksklaar programma.

VERBINDING TOT STAND BRENGEN MET DE MINISERVER

MINISERVER AANGESLOTEN OP ROUTER

Nadat de Miniserver via een netwerkkabel werd verbonden met de netwerk-router (bijv. W-LAN-router), kunt u de stroomvoorziening activeren. De Miniserver start op van de geplaatste micro-SD-kaart, waarop het Loxone-besturingssysteem en alle gebruiksgegevens te vinden zijn. De Miniserver krijgt nu automatisch het IP-adres toegewezen van de router (DHCP-server). Het is belangrijk dat uw computer ook met hetzelfde netwerk verbonden is, zodat u de eenvoudige Miniserver-zoekfunctie kunt gebruiken.

Let er tijdens de ingebruikname op dat de netwerkinterface van de Miniserver alleen IPv4 ondersteunt. IPv6 is niet mogelijk.

Miniserver zoeken met Loxone Config:
Start nu de Loxone Config-software. In het menu „Mijn project“ vindt u de knop „Verbinden“. Door op de keuzepijl te klikken, ziet u de knop “Zoeken”. Door op deze knop te klikken, wordt in het volledige netwerk naar een Miniserver gezocht. De gevonden apparaten worden in het venster “Zoekresultaten” aangegeven met host-naam, IP-adres, serienummer en firmware-versie.

 

zoeken miniserver

 

Als alternatief kunt u op de knop “Verbinden” klikken en de naam van de Miniserver invoeren (“lxl” gevolgd door de laatste 4 tekens van het serienummer).
Om verbinding te maken met een Miniserver selecteert u de Miniserver, waarna u de gebruikersnaam en het wachtwoord invoert (standaard: admin / admin); druk vervolgens op “Verbinden”.

 

 

verbinden met miniserver

Als de Miniserver voor het eerst in gebruik wordt genomen, kunt u de belangrijkste configuraties van de installatie uitvoeren door op “Eerste configuraties” te klikken.

 

eerste configuratie

 

Zoals u in de statusbalk kunt zien, bent u nu verbonden met uw Miniserver.

 

u bent verbonden

 

Bovendien wordt de Miniserver vermeld in de netwerkomgeving:
Om de Miniserver in de netwerkomgeving te zien, moet in Windows de functie Automatisch zoeken in het netwerk geactiveerd zijn.

 

netwerk

 

Geen verbinding mogelijk?

Verbindingsproblemen worden vaak veroorzaakt door de firewall of de virusbescherming. Bij problemen deactiveert u deze en test u de verbinding opnieuw. Probeer ook het apparaat in de netwerkomgeving te vinden of te pingen.

MINISERVER DIRECT VERBONDEN MET PC

Als u uw Miniserver direct met de pc heeft verbonden (zonder router ertussen), moet het IP-adres van uw computer handmatig worden toegekend.
Ga naar het configuratischerm > netwerk en internet > Netwerkcentrum. Klik vervolgens in de linker bovenrand op “Adapterinstellingen wijzigen”.

 

netwerkcentrum

 

Ga vervolgens naar de eigenschappen van de Ethernet- of LAN-verbinding.

 

eigenschappn netwerk

 

Dubbelklik nu op “Internetprotocol Versie 4”.

 

eigenschappen netwerk

 

Hier kunt u een statisch IP-adres aan uw pc toewijzen. Merk op dat de Miniserver het statisch adres 192.168.1.77 aanneemt wanneer hij tijdens de bootprocedure geen adres toegewezen krijgt.
Omdat beide adressen in hetzelfde bereik moeten liggen, hebben we in ons voorbeeld adres 192.168.1.1 toegewezen aan de computer.

 

internetprotocol

 

Instellen van een handmatig IP-adres
Als de toekenning van IP-adressen zonder DHCP-server of router gebeurt, dient u handmatig een IP-adres in te stellen dat zich in hetzelfde adresbereik bevindt als het IP-adres van de Miniserver. Standaard is dit het bereik 192.168.1.x.

IP-ADRES VAN DE MINISERVER WIJZIGEN

Als u een ander IP-adres voor uw Miniserver wilt instellen, kunt u dit doen in onze configuratiesoftware. Klik in de periferie op “Loxone Miniserver” en op de knop “Miniserver configureren”.
De adrestoewijzing is ook mogelijk met “Miniserver configureren” wanneer de Miniserver zich in een ander adresbereik bevindt of wanneer er geen verbinding tot stand kan worden gebracht via de Loxone Config-software.
Ga naar het tabblad “Netwerk” en voer het gewenste IP-adres in. Klik op “Overnemen en naar Miniserver verzenden”. Aan uw Miniserver wordt nu het nieuwe IP-adres toegewezen.

 

IP adres opslaan

 

Merk op dat de Miniserver opnieuw wordt opgestart zodra hieraan via “Apparaat configureren” een IP is toegewezen. Als hij niet opnieuw opstart, heeft hij het commando niet ontvangen. Mogelijk wordt de verbinding geblokkeerd door een virusscanner of door de firewall.
Info:
Om veiligheidsredenen kan het IP-adres van de Miniserver slechts een uur na een stroomreset worden gewijzigd.
Het serienummer (MAC-adres) is terug te vinden op de sticker aan de achterzijde van de Miniserver.

 

serienummer miniserver

Admin-interface. De handleiding daartoe vindt u hier.

TIPS EN TRUCS VOOR HET NETWERK

Als u niet vertrouwd bent met netwerktechniek, kunt u best een beroep doen op een netwerktechnicus.

Wat is mijn eigen lokaal IP-adres?

U gaat onder Windows XP – 7 als volgt naar de invoerprompt:
Start – Uitvoeren – „cmd“
In Windows 8 en 10 gaat u naar de invoerprompt met Win + R-toets – „cmd“.
Typ nu het volgende in het zwarte invoervenster: ipconfig.

lokaal IP adres

 

U ziet nu een overzicht van de volledige netwerkconfiguratie.
Als u, zoals ik, via WLan verbonden bent met uw netwerk, is het gedeelte met de titel “Draadloos-LAN-adapter WiFi” voor u belangrijk. Als u via een netwerkkabel verbonden bent, is de titel “Ethernet-adapter”.
U ziet uw IP-adres nu bij “IPv4-adres”. In ons geval is dit 192.168.4.183.

 

lokaal IP adres 2

 

Is mijn Miniserver bereikbaar via deze IP?

De Miniserver wordt vermeld in het zoekresultaat van Loxone Config, maar u kunt geen verbinding maken?
Controleer dan of u de Miniserver via dit adres kunt bereiken.
Start de invoerprompt opnieuw (cmd) en voer nu het volgende commando in: ping „adres van de Miniserver“ (bijvoorbeeld ping 192.168.1.110).

 

bereikbaarheid IP

Zoals u kunt zien, krijg ik antwoord. Als het antwoord “Doelhost niet bereikbaar” is, is via dit IP-adres geen netwerkapparaat bereikbaar. Op die manier kunt u bijvoorbeeld ook controleren of een IP vrij is.

 

Netwerkverbindingen worden vaak door de firewall of door antivirusprogramma’s geblokkeerd. Als u verbindingsproblemen vaststelt, klasseert u als eerste stap de Loxone Config-software als vertrouwd. Soms moet het beveiligingsprogramma ook volledig worden gedeactiveerd.

 

Diagnose

Mochten er problemen zijn met het in bedrijf stellen en verbinden met de miniserver, controleer dan steeds dat je op de nieuwste firmware versie werkt. Deze vindt u bij de ‘downloads’ op de supportpagina.

Miniserver knippert groen, maar is niet toegankelijk via het netwerk.

1. Controleer of de LED’s op de netwerkconnector (LAN)

  • De groene led brand en de oranje led pinkt
    • Alles in orde, ga verder met stap 2
  • Geen verlichte of pinkende leds
    • Controleer of de netwerkkabel correct is aangesloten en niet defect is
  • De leds blijven uit
    • Contacteer uw installateur of de Loxone Support
  • Beiden leds branden, zelfs wanneer er geen kabel is aangesloten
    • Neem contact op met uw installateur of de Loxone Support

Miniserver knippert groen en er is signaalverkeer

2. Open de Loxone config en klik onder ‘miniserver’ op ‘zoeken’. De miniserver zal tussen de resultaten weergegeven staan en u kan verbinding maken.

  • Er werd geen miniserver gevonden:
  • Controleer de netwerkaansluiting. Aan beide zijden.
  • Controleer in uw antivirusprogramma of de Loxone Config is opgenomen als ‘vertrouwelijk’.
  • Netzwerkkonfiguration überprüfen: Wie sind Sie mit dem Miniserver verbunden?
  • Belangrijk: uw netwerk moet worden aangemerkt als thuis of werk-netwerk bij de instellingen van uw PC!
  • Miniserver is aangesloten op de miniserver
    • Open de opdrachtenprompt. (start -> cmd of win+cmd)
    • Voer nu commando “arp -a” uit. Je ziet nu alle actieve netwerkverbindingen. Diegene met een macadres ‘EEE0-00-..’ is uw miniserver.
    • Voer nu volgend commando uit (vervang IP adres door uw eigen miniserver-IP): ping 192.168.1.77
    • Dit werkt enkel met het IP dat werd gevonden met het arp commando!
    • Ping succesvol
    • Je hebt vier keer een antwoord gekregen op dit adres. Je miniserver is zo toegankelijk.
    • Je kan in de Loxone Config nu terug naar ‘verbinden’ en connecteren met een miniserver. Als IP adres geef je het adres op dat je net gevonden hebt. Wachtwoord en gebruikersnaam zijn beiden ‘admin’ by default. Als dit niet mogelijk is deactiveer je de firewall.
    • Pingen mislukt
    • Als antwoord krijg je ‘time out’ of een andere storingsmelding.
    • Wijs de miniserver een statisch IP adres toe.
    • U kan hier de instructies vinden. Hierna start je terug bij de stap ‘pingen’.
  • De miniserver rechtstreeks op de PC aansluiten
    • Zowel PC als miniserver moeten een statisch IP hebben binnen dezelfde range. Instructies vindt u hier.
  • Als u geen verbinding kan maken kan u contact opnemen met een Loxone Partner of de Loxone Support.

 

Korte handleiding en aansluitschema van de Miniserver (pdf)
Downloaden
Laad het gegevensblad van de relais (pdf)
Downloaden
Korte beschrijving van de Miniserver (pdf)
Downloaden
IEC CB-testcertificaat (pdf)
Downloaden
NRTL-certificaat (pdf)
Downloaden
Miniserver EG-conformiteitsverklaring (pdf)
Downloaden
RoHS-conformiteitsverklaring (pdf)
Downloaden