Miniserver Go

De Loxone Miniserver Go dient als centrale besturingseenheid voor allerlei automatiseringstaken.

Het besturingssysteem en de gebruikersprogrammering en -instellingen worden opgeslagen op de verwisselbare micro SD-kaart. De LAN-interface maakt programmering mogelijk, de geïntegreerde webserver maakt de bediening van de gebouwtechniek mogelijk via een webinterface of de Loxone App.

Reeds geïntegreerd is een Air Base Extension voor het aansluiten van apparaten met de Loxone Air draadloze technologie.

Via de Link interface kan de Miniserver Go met maximaal 30 Extensions worden uitgebreid met extra functies zoals in- en uitgangen of interfaces.

Naar de datasheets

Inhoudsopgave


Inbedrijfname

Plaats het apparaat op een plaats waar het beschermd is tegen water, vuil en schade. De montagebeugel aan de achterzijde maakt het mogelijk om te bevestigen met schroeven.

Sluit de meegeleverde voedingseenheid aan op de Micro-USB-bus voor de stroomvoorziening.

Via de LAN-aansluiting is de Miniserver verbonden met het lokale netwerk of een WLAN-router.

De Miniserver Go start na aansluiting op de stroomvoorziening en is binnen enkele seconden klaar voor gebruik.
De gereedheid voor gebruik wordt aangegeven door de continue verlichting van de status-LED.

Bij de eerste start met de fabrieksinstellingen krijgt de Miniserver via DHCP een IP-adres toegewezen door de router.
Als er in uw netwerk geen DHCP-server actief is, of als de Miniserver rechtstreeks op een pc is aangesloten, heeft deze het IP-adres 192.168.1.77

Vervolgens kunt u in Loxone Config zoeken naar de Miniserver in het netwerk en vervolgens verbinding maken. Voor een Miniserver met fabrieksinstellingen zijn de gebruiker en het wachtwoord: admin/admin

Volg dan onze instructies voor eerste-configuratie$$ om uw nieuwe project met de Miniserver te maken.


Aansluiten van Extensions

Er kunnen maximaal 30 Extensions worden aangesloten op de Miniserver Go volgens het volgende schema:

Verbind de Extensions op een lineaire manier over de Link interface met de Miniserver Go. Omdat voor de Extensions een aparte voeding wordt gebruikt, moet ook de GND worden aangesloten. Deze verbinding is absoluut noodzakelijk voor een stabiele datatransmissie.

Voor de bekabeling van de Link datalijnen in het gebouw wordt een getwist paar CAT5/6/7-kabels gebruikt. Gebruik hier het blauw/witte draadpaar.

Met de 120 Ohm Afsluitweerstand wordt de Link interface bij de laatste Extensions beëindigd. Sluit hiervoor de weerstand aan die in de Miniserver is opgenomen.


Aanleren van Extensions

Om Extensions toe te voegen in Loxone Config, klikt u eerst op de Miniserver en activeert u vervolgens Extensions zoeken. Nu wordt het zoeken naar een link geopend en worden alle Extensions, die verbonden zijn met de Miniserver, opgesomd. Markeer nu een Extension en voeg deze toe met het + teken van de programmering. Met de knop "Voeg alle apparaten toe" kunt u dit doen voor alle gevonden Extensions.

Als u hier een Extension markeert, wordt deze geïdentificeerd door een knipperende status-LED. Hierdoor kunt u de apparaten dienovereenkomstig toewijzen.

Met Apparaat vervangen kunt u een Extension die al in de programmering zit, vervangen door een andere Extension van hetzelfde type. Dit is nuttig wanneer een apparaat wordt vervangen of Extensions worden toegevoegd aan een reeds geplande programmering. Als alternatief kunt u ook het serienummer wijzigen in de eigenschappen van een Extension die al in de programmering staat.

Om de wijzigingen te accepteren, slaat u het programma achteraf op in de Miniserver.

Daarna zijn de toegevoegde Extensions klaar voor gebruik, de respectievelijke functies zijn klaar voor programmering in de randapparatuur van Loxone Config.


Update en diagnose bij Extensions

Als een Update nodig is voor Extensions, worden ze in het oranje gemarkeerd in de apparaatstatus. Dit is vaak het geval als er recentelijk een update van de Miniserver is gedaan, of als er Extensions met een oudere firmwareversie zijn toegevoegd.

De update van de Extensions wordt automatisch op de achtergrond uitgevoerd door de Miniserver, de Extensions blijven in principe functioneel. Er kunnen echter vertragingen optreden in de gegevensoverdracht. In zeldzame gevallen zijn gedeeltelijke functies van Extensions pas weer beschikbaar nadat de update is voltooid.

De volgende mogelijkheden zijn beschikbaar voor de Diagnose:

1. De Status-LED van een Extensions laat al een snelle controle toe op fouten.
Rood knipperend: Geen verbinding met Miniserver, controleer de bekabeling en Miniserver.
Oranje knipperend: Verbinding met Miniserver OK, maar Extension nog niet toegevoegd aan de programmering.
Groen knipperend: Alles is OK, Extension is online.
Oranje/rood knipperend: Update wordt overgedragen.
Snel rood/groen knipperend: Extension is gemarkeerd in Loxone Config en identificeert zichzelf.
Geen knipperen: Controleer de stroomvoorziening.

2. De link diagnose maakt een meer gedetailleerde analyse mogelijk. Om dit te doen, maakt u verbinding met de Miniserver, markeert u een apparaat met een Link interface en klikt u vervolgens op de knop Link Diagnostics.

In het venster van de Link diagnose staan nu de Extensions vermeld. Diagnostische gegevens worden continu doorgegeven, waarmee eventuele storingen kunnen worden opgespoord. Als er fouten optreden, worden deze overeenkomstig weergegeven. Neem de Link diagnose even in acht, ook tijdelijke fouten (bv. slecht contact, potentieel verschil) worden merkbaar doordat er data pakketten verloren gaan.

Checklist voor het oplossen van problemen met de Link interface


Meer informatie

Herstellen van de oorspronkelijke status en het formatteren van de SD-kaart

Een back-up aanmaken

Update van de Miniserver

Instructies voor de online vrijgave


Diagnose ingangen

Korte beschrijvingEenheid
Rekenvermogen beperkenDigitaal




Eigenschappen

Korte beschrijvingBeschrijvingStandaard waarde
SerienummerHier wordt de serienummer van het apparaat weergegeven.
Voor een Extension: 'Auto' mag enkel gebruikt worden als er maar 1 Extension van dit type aanwezig is.
-
Interne adresGeef hier het adres in waarmee de Miniserver via het lokale netwerk bereikbaar is (hostnaam of IP).-
Externe URLGeef hier het adres in waarmee de Miniserver via het Internet bereikbaar is (hostnaam of IP).
Als u bij de DNS cloud service van Loxone geabonneerd bent, geef dan hier
dns.loxonecloud.com in. Optioneel dns.loxonecloud.com:port
Indien de Miniserver de standaard poort niet gebruikt moet deze opgegeven worden.
-
Externe HTTP poortDe externe poort, die u hebt opgegeven in de poort forwarding instellingen van uw router, voor de HTTP-poort van de Miniserver.-
Externe HTTPS poortDe externe poort, die u hebt opgegeven in de port forwarding instellingen van uw router, voor de HTTPS-poort van de Miniserver.-
Miniserver configuratieBewerk de Miniserver instellingen. Hiervoor moet er een verbinding met de miniserver bestaan.-




Veiligheidsinstructies

De aansluiting van extra Extensions op de Link interface moet door een gekwalificeerde elektricien worden uitgevoerd volgens de geldende voorschriften.

Het apparaat mag niet worden gebruikt voor veiligheidskritische toepassingen.


Documenten

Naar de datasheets