Intelligente temperatuurregeling

Toepassing

De intelligente temperatuurregeling is in feite een combinatie van de componenten Stooklijn en Verwarmingsmenger. Ze berekent de nominale aanvoertemperatuur en geeft de verwarmingscircuitpomp en de mengklep vrij. Bovendien wordt de nominale buffertemperatuur berekend. De component kan worden gebruikt om te verwarmen of te koelen (instelbaar in het eigenschappenvenster van de component).

Voor de stooklijn geldt: hoe lager de buitentemperatuur, hoe hoger de nominale aanvoertemperatuur. Voor de koellijn geldt: hoe hoger de buitentemperatuur, hoe lager de nominale aanvoertemperatuur.

Door dubbel te klikken op de component of in het eigenschappenvenster kunnen de intelligente ruimteregelingen (programmabouwsteen Intelligente ruimteregeling) van verschillende ruimtes worden geselecteerd. Op die manier heeft de intelligente temperatuurregeling toegang tot de nominale kamertemperaturen en tot de afwijkingen van de kamertemperatuur.

Aanwijzingen voor de ingebruikname vindt u in de tutorial-video.

Tutorial

In deze Engelstalige video legt onze CEO Thomas de basisfuncties van de intelligente temperatuurregeling uit.

Basisprogrammering

config temperatuurregeling

Als u de component Intelligente temperatuurregeling in een gateway/client-systeem met meerdere Miniservers gebruikt, dient u er rekening mee te houden dat alleen intelligente ruimteregelingen die op dezelfde Miniserver als de intelligente temperatuurregelaar ingevoegd zijn, kunnen worden geselecteerd.

BEPALING VAN DE NOMINALE AANVOERTEMPERATUUR

De basis voor de nominale aanvoertemperatuur is de stooklijn of, in de koelmodus, de koellijn. Bovendien wordt de nominale temperatuur beïnvloed door de volgende factoren:

  • Nominale kamertemperaturen
  • Afwijkingen van de kamertemperatuur
  • Opwarmfase of afkoelfase

Invloed nominale kamertemperatuur

De stooklijn of koellijn houdt niet alleen rekening met de buitentemperatuur, maar ook met de nominale kamertemperatuur. Bij dezelfde buitentemperatuur geldt zowel bij verwarmen als bij koelen: een positieve verandering van de nominale kamertemperatuur resulteert in een verhoging van de nominale aanvoertemperatuur.

Voorbeeld 1: Nominale kamertemperatuur = 20 °C; buitentemperatuur = 0 °C (S = 0,5; N = 0) ⇒ nominale aanvoertemperatuur = 30,9 °C

Voorbeeld 2: Nominale kamertemperatuur = 22 °C; buitentemperatuur = 0 °C (S = 0,5; N = 0) ⇒ nominale aanvoertemperatuur = 33,8 °C

Meer informatie over parameters S en N vindt u in de documentatie van de programmacomponent Stooklijn.

Invloed afwijking van kamertemperatuur

De afwijking van de kamertemperatuur wordt opgeteld bij de nominale kamertemperatuur (bij verwarmen) of ervan afgetrokken (bij koelen) en als gecorrigeerde nominale kamertemperatuur verwerkt door de stooklijn of koellijn.

Met parameter G kan de invloed van de afwijking van de kamertemperatuur worden gewogen. Standaard is G op 1 ingesteld. Als G op 0 wordt gezet, heeft de afwijking van de kamertemperatuur geen invloed op de nominale kamertemperatuur of op de nominale aanvoertemperatuur.

Voorbeeld 1: Verwarmen; nominale kamertemperatuur = 20 °C; afwijking kamertemperatuur = 1,5 °C; G = 1 ⇒ de gecorrigeerde nominale kamertemperatuur bedraagt 21,5 °C

Voorbeeld 2: Koelen; nominale kamertemperatuur = 20 °C; afwijking kamertemperatuur = 1,5 °C; G = 2,0 ⇒ de gecorrigeerde nominale kamertemperatuur bedraagt 17,0 °C

Invloed verwarmingsfase of afkoelfase

Als een ruimte zich momenteel in de opwarmfase of in de afkoelfase bevindt (bijv. omschakeling van spaartemperatuur naar comforttemperatuur), wordt de nominale kamertemperatuur met een instelbare waarde verhoogd of verlaagd (zie parameter I).

Met deze verhoging of verlaging van de nominale kamertemperatuur wordt een verkorte opwarmduur of afkoelduur verkregen.

Als parameter I op 0 wordt gezet, heeft de opwarmfase of afkoelfase geen invloed op de nominale aanvoertemperatuur.

De invloed van de afwijking van de kamertemperatuur en de invloed van de opwarmfase of afkoelfase zorgen voor een verhoging (bij verwarmen) of verlaging (bij koelen) van de nominale aanvoertemperatuur. De grootste van de twee invloedsfactoren wordt van kracht.

De module Mengklepcircuit berekent zoals in deze paragraaf beschreven voor elke ruimte de nominale aanvoertemperatuur. De hoogste (bij verwarmen) of laagste (bij koelen) berekende nominale aanvoertemperatuur wordt uitgevoerd op uitgang AQf.

VRIJGAVE POMP/MENGKLEP

Parameter Str bepaalt de inschakeldrempel voor de verwarmingscircuitpomp (uitgang Qp).

Alleen wanneer de ventielstand van minstens een ruimte deze waarde overschrijdt, wordt de verwarmingscircuitpomp (uitgang Qp) vrijgegeven.

Als er geen verwarmingsbehoefte (alle kamertemperaturen zijn groter dan of gelijk aan de nominale kamertemperaturen) of geen koelingsbehoefte (alle kamertemperaturen zijn kleiner dan of gelijk aan de nominale kamertemperaturen) is, wordt bij verwarming de minimale nominale aanvoertemperatuur (parameter Min) en bij koeling de maximale nominale aanvoertemperatuur (parameter Max) uitgevoerd op uitgang AQf.

Bepaling van de nominale buffertemperatuur

De nominale buffertemperatuur komt overeen met de nominale aanvoertemperatuur (AQf) verhoogd (bij verwarmen) of verlaagd (bij koelen) met parameter B.

De nominale buffertemperatuur wordt uitgevoerd op uitgang AQb.

Uitgangen verwarmings-/koeleenheden behoefte (AQr) en verwarmings-/koellast (AQl)

Om op deze uitgangen correcte waarden weer te geven, moet aan alle door de component gebruikte intelligente ruimteregelaars een ruimte toegewezen zijn. Bovendien moet voor elk van deze ruimtes de oppervlakte worden ingevoerd (klik op Ruimte in het tabblad Miniserver).

Bijzondere kenmerken bij koelen

Bij koelen is het belangrijk dat de aanvoertemperatuur niet onder de dauwpunttemperatuur daalt (condenswatervorming). Dit kan worden verzekerd door parameter Min dienovereenkomstig in te stellen.

Bovendien is het aan te bevelen bij stijgende buitentemperatuur ook de nominale kamertemperaturen te verhogen om op zeer warme dagen een te sterke afkoeling van de ruimtes te voorkomen.

Meer informatie over de werkwijze en de verschillende parameters vindt u onder andere ook in de documentatie van de programmabouwsteen Stooklijn en Verwarmingsmenger.

Ingangen

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
AIAnaloge ingang buitentemperatuurIngang voor de actuele buitentemperatuur –
IbBoost ingangVerwarmen: Maximale aanvoertemperatuur (parameter Max) wordt uitgevoerd op uitgang AQf

Koelen: Minimale aanvoertemperatuur (parameter Min) wordt uitgevoerd op uitgang AQf

0/1 –
StSTOP ingangSchakelt pomp en mengklep uit

Verwarmen: Minimale nominale aanvoertemperatuur (parameter Min) wordt uitgevoerd op uitgangen AQf en AQb

Koelen: Maximale nominale aanvoertemperatuur (parameter Max) wordt uitgevoerd op uitgangen AQf en AQb

0/1 –

Parameters

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
MinMinimale waardeMinimale waarde voor de nominale aanvoertemperatuur°C
MaxMaximale waardeMaximale waarde voor de nominale aanvoertemperatuur°C
BBuffertemperatuur verhoging/verlagingBuffertemperatuur verhoging (verwarmingsmodus) of verlaging (koelmodus)°C
SSteilheidSteilheid van de stook- of koellijn
NParallelle verschuiving van de stook- of koellijnBij verwarmen wordt de nominale aanvoertemperatuur met deze waarde verhoogd, bij koelen verlaagd.
StrInschakeldrempel in %Alleen wanneer de ventielstand van minstens een ruimte deze waarde overschrijdt, wordt pomp (Qp) vrijgegeven.0 – 100%
GVersterkingsfactor van de afwijking van de kamertemperatuurBepaalt met welke versterkingsfactor de afwijking van de kamertemperatuur wordt gewogen (standaardwaarde = 1)
INominale kamertemperatuurVerhoging tijdens de opwarmfase (bij verwarmen) of verlaging van de nominale kamertemperatuur tijdens de afkoelfase (bij koelen)°C

Uitgangen

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
AQtNominale kamertemperatuur van de ruimte met de actueel hoogste (bij verwarmen) of laagste (bij koelen) vereiste nominale aanvoertemperatuur°C
TxQrTekstuitvoerTekstuitvoer ruimte met de actueel hoogste (bij verwarmen) of laagste (bij koelen) vereiste nominale aanvoertemperatuur°C
AQfNominale aanvoertemperatuurNominale aanvoertemperatuur°C
AQbNominale buffertemperatuurNominale buffertemperatuur°C
QpVrijgave pomp/mengklepdigitale uitgang voor de verwarmingscircuitpomp
AQrBehoefte verwarmings-/koeleenhedenDe verwarmings-/koelbehoefte van elke ruimte (afwijking kamertemperatuur * oppervlak van de ruimte) wordt opgeteld°Cm2 of Fm2(F..Fahrenheit)
AQIVerwarmings-/koellastDe verwarmings-/koellast van elke ruimte (intensiteit van elke ruimte * oppervlak van de ruimte / totaaloppervlak) wordt opgeteld0 – 100%
AQiAanvoertemperatuur verhoging/verlagingActuele aanvoertemperatuur verhoging (bij verwarmen) of aanvoertemperatuur verlaging (bij koeling)°C
QeDigitale foutuitgangFoutuitgang voor ongeldige waarden0/1