Inbedrijfname Miniserver Go

In de volgende handleiding vindt u tips en trucs om de Miniserver GO in gebruik te nemen.

 

TECHNISCHE GEGEVENS

  • Voeding: 5VDC (via micro-USB-aansluiting)
  • Compacte uitvoering voor wandmontage
  • Afmetingen: 90 x 90 x 20 mm
  • Loxone OS besturingssysteem met geïntegreerde webserver
  • Volledig geïntegreerde Air Base Extension met interne antenne
  • Frequentie: 868 MHz (SRD-band Europa) / 915 MHz (ISM-band regio 2)
  • Gebruiksvriendelijke configuratiesoftware meegeleverd
  • Software voor bediening van pc, browser en mobiele apparaten inbegrepen
  • LAN-aansluiting (leds zonder functie)
  • Sleuf voor micro-SD-kaart (tot 16 GB)
  • Laag energieverbruik: ca. 1,3 W
  • Loxone Link
  • Onboard microprocessor en geheugen
  • Stand-alone – geen extra servers of hardware vereist
  • Beschermingsgraad: IP20
  • Omgevingstemperatuur: 0 … +55 °C
  • Maximale relatieve luchtvochtigheid 95% (niet-condenserend)

 

Gebruik alstublieft uitsluitend SD-kaarten van Loxone!

SD-kaarten hebben hun eigen CPU die het flash-geheugen beheert.
Voor maximale prestaties heeft Loxone OS toegang tot vele low-level functies van de kaart, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een digitale camera. SD-kaarten ondergaan een aantal weken kwaliteitscontrole bij Loxone voordat ze worden vrijgegeven voor gebruik bij miniservers en verkoop. Gebruik uitsluitend SD-kaarten die zijn goedgekeurd door Loxone.
De werking van andere SD-kaarten is niet gegarandeerd en heeft invloed op de stabiliteit van de miniserver.

schema met de aansluitingen van de loxone miniserver go

 

Als op de Miniserver GO bijkomende Extensions worden aangesloten, moet naast Loxone Link ook GND worden verbonden!

INSTALLATIE

  • Monteer de Miniserver GO
  • Verbind de LAN-aansluiting met het netwerk
  • Optioneel: Sluit Extension aan
  • Verbind Loxone Link met de eerste Extension
  • Sluit de Loxone Link van de laatste Extension af met een weerstand van 120 Ohm
  • Verbind GND van de Extensions met GND van de Miniserver Go.
  • Controleer of de micro-SD-kaart geplaatst is
  • Als de installatie klaar is, sluit de 5V voeding aan.

 

installatie van de miniserver go

GND van de Miniserver GO en van de aangesloten Extensions moeten worden verbonden om potentiaalverschillen te vermijden!

 

LED-TOESTANDEN:

Bootfase:

  • Witte led: brandt
  • Status-leds: Gedrag zoals bij Miniserver

Normale toestand:

  • Witte led: brandt
  • Status-leds: uit

Fouttoestand:

  • Witte led: knippert 1s/1s
  • Status-leds: Gedrag zoals bij Miniserver

LEDS OP DE NETWERKAANSLUITING:

De statusleds op de netwerkbus hebben geen functie, om storend knipperen te voorkomen.

 

MAATTEKENING

 

afmetingen van de loxone miniserver go

INTRODUCTIEVIDEO “EERSTE INGEBRUIKNAME MINISERVER”

Deze video toont hoe u de Miniserver snel en eenvoudig in gebruik neemt. U ziet de netwerkconfiguratie, de eerste ingebruikname met de configuratiesoftware en het activeren van een gebruiksklaar programma.

 

 

VERBINDING TOT STAND BRENGEN MET DE MINISERVER

MINISERVER AANGESLOTEN OP ROUTER

Nadat de Miniserver via een netwerkkabel met de netwerkrouter (bijv.: W-LAN-router) werd verbonden, kunt u de stroomvoorziening activeren. De Miniserver start op van de geplaatste micro-SD-kaart, waarop het Loxone-besturingssysteem en alle gebruiksgegevens te vinden zijn. De Miniserver krijgt nu automatisch het IP-adres toegewezen van de router (DHCP-server). Het is belangrijk dat uw computer ook met hetzelfde netwerk verbonden is, zodat u de comfortabele Miniserver-zoekfunctie kunt gebruiken.
Miniserver zoeken met Loxone Config:
Start nu de Loxone Config-software. In het menu „Mijn project“ vindt u de knop „Verbinden“. Door op de pijl onder de knop te klikken, ziet u een bijkomende knop “Zoeken”. Als u op deze knop klikt, wordt in het volledige netwerk naar een Miniserver gezocht. De gevonden apparaten worden in het venster “Zoekresultaten” aangegeven met host-naam, IP-adres, serienummer en firmware-versie.

 

zoeken miniserver

 

Als alternatief kunt u ook op de knop “Verbinden” klikken en de naam van de Miniserver invoeren. (“lxl” gevolgd door de laatste 4 tekens van het serienummer).
Om verbinding te maken met een Miniserver selecteert u de Miniserver, waarna u de gebruikersnaam en het wachtwoord invoert (standaard: admin / admin); klik vervolgens op “Verbinden”.

 

 

verbinden met miniserver

Als de Miniserver voor het eerst in gebruik wordt genomen, kunt u de belangrijkste configuraties van de installatie uitvoeren door op “Eerste configuraties” te klikken.

 

eerste configuratie

 

Zoals u in de statusbalk kunt zien, bent u nu verbonden met uw Miniserver.

 

u bent verbonden

 

Geen verbinding mogelijk?

Verbindingsproblemen worden vaak veroorzaakt door de firewall of de virusbescherming. Bij problemen deactiveert u deze en test u de verbinding opnieuw. Probeer het apparaat ook in de netwerkomgeving te vinden of te pingen.

MINISERVER DIRECT VERBONDEN MET PC

Als u uw Miniserver direct met de pc heeft verbonden (zonder router ertussen), moet het IP-adres van uw computer handmatig worden toegekend.
Ga naar de systeembesturing, meer bepaald naar het “Netwerk- en vrijgavecentrum”. Klik vervolgens in de linker bovenrand op “Adapterinstellingen wijzigen”.

 

netwerkcentrum

 

Ga vervolgens naar de eigenschappen van de Ethernet- of LAN-verbinding.

 

eigenschappn netwerk

 

Dubbelklik nu op “Internetprotocol Versie 4”.

 

eigenschappen netwerk

 

Hier kunt u een statisch IP-adres aan uw pc toewijzen. Merk op dat de Miniserver het statisch adres 192.168.1.77 aanneemt wanneer hij tijdens de bootprocedure geen adres toegewezen krijgt.
Omdat beide adressen in hetzelfde bereik moeten liggen, hebben we in ons voorbeeld adres 192.168.1.1 toegewezen aan de computer.

 

internetprotocol

 

Instellen van een handmatig IP-adres
Als de toekenning van IP-adressen zonder DHCP-server of router gebeurt, dient u handmatig een IP-adres in te stellen dat zich in hetzelfde adresbereik bevindt als het IP-adres van de Miniserver. Standaard is dit het bereik 192.168.1.x.

IP-ADRES VAN DE MINISERVER WIJZIGEN

Als u een ander IP-adres voor uw Miniserver wilt instellen, kunt u dit doen in onze configuratiesoftware. Klik in de periferie op “Loxone Miniserver” en op de knop “Miniserver configureren”.
De adrestoewijzing is ook mogelijk met “Miniserver configureren” wanneer de Miniserver zich in een ander adresbereik bevindt of wanneer er geen verbinding tot stand kan worden gebracht via de Loxone Config-software.
Ga naar het tabblad “Netwerk” en voer het gewenste IP-adres in. Klik op “Overnemen en naar Miniserver verzenden”. Aan uw Miniserver wordt nu het nieuwe IP-adres toegewezen.

 

IP adres opslaan

 

Merk op dat de Miniserver opnieuw wordt opgestart zodra hieraan via “Apparaat configureren” een IP is toegewezen. Als hij niet opnieuw opstart, heeft hij het commando niet ontvangen. Mogelijk wordt de verbinding geblokkeerd door een virusscanner of door de firewall.
Het serienummer (MAC-adres) is terug te vinden op de sticker aan de achterzijde van de Miniserver.

 

serienummer miniserver

Na de ingebruikname kunt u het IP-adres ook heel eenvoudig wijzigen via de Admin-interface. De handleiding daartoe vindt u hier.

TIPS EN TRUCS VOOR HET NETWERK

Als u niet vertrouwd bent met netwerktechniek, kunt u best een beroep doen op een netwerktechnicus.

Wat is mijn eigen lokaal IP-adres?

U gaat onder Windows XP – 7 als volgt naar de invoerprompt:
Start – Uitvoeren – „cmd“
In Windows 8 en 10 gaat u naar de invoerprompt met Win + R-toets – „cmd“.
Typ nu het volgende in het zwarte invoervenster: ipconfig.

lokaal IP adres

 

U ziet nu een overzicht van de volledige netwerkconfiguratie.
Als u, zoals ik, via WLan verbonden bent met uw netwerk, is het gedeelte met de titel “Draadloos-LAN-adapter WiFi” voor u belangrijk. Als u via een netwerkkabel verbonden bent, is de titel “Ethernet-adapter”.
U ziet uw IP-adres nu bij “IPv4-adres”. In ons geval is dit 192.168.4.183.

 

lokaal IP adres 2

 

Is mijn Miniserver bereikbaar via deze IP?

De Miniserver wordt vermeld in het zoekresultaat van Loxone Config, maar u kunt geen verbinding maken?
Controleer dan of u de Miniserver via dit adres kunt bereiken.
Start de invoerprompt opnieuw (cmd) en voer nu het volgende commando in: ping „adres van de Miniserver“ (bijvoorbeeld ping 192.168.1.110).

 

bereikbaarheid IP

Zoals u kunt zien, krijg ik antwoord. Als het antwoord “Doelhost niet bereikbaar” is, is via dit IP-adres geen netwerkapparaat bereikbaar. Op die manier kunt u bijvoorbeeld ook controleren of een IP vrij is.

 

Netwerkverbindingen worden vaak door de firewall of door antivirusprogramma’s geblokkeerd. Als u verbindingsproblemen vaststelt, klasseert u als eerste stap de Loxone Config-software als vertrouwd. Soms moet het beveiligingsprogramma ook volledig worden gedeactiveerd.

 

Korte handleiding en aansluitplan van de Miniserver GO (pdf)
Downloaden
Miniserver GO EG-conformiteitsverklaring (pdf)
Downloaden
RoHS-conformiteitsverklaring (pdf)
Downloaden