Intelligente ruimteregeling

De Intelligente Ruimteregeling handhaaft een ingestelde ruimtetemperatuur en schakelt automatisch tussen verwarmen en koelen.
Optioneel kunnen verschillende verwarmings- of koelingsbronnen, zoals klimaat controllers en ventilator bouwstenen, worden geconfigureerd.

De module biedt een comfortmodus met verschillende instelbare temperaturen voor verwarming en koeling, die ook via de visualisatie kunnen worden gewijzigd.
Een schakelklok is beschikbaar voor het plannen van de ingestelde temperaturen.

Buiten de geplande Comfort-temperatuurtijden is de Eco-temperatuur actief om energie te besparen, waarbij ingestelde temperatuur automatisch wordt aangepast naar een lagere ruimte-temperatuur voor verwarmen (Eco Min) en een hogere ruimte-temperatuur voor koelen (Eco Max).

Informatie over de recente aanpassing van de bouwsteen

Inhoudsopgave


Ingangen

Contractie Korte beschrijving Beschrijving Eenheid Waardebereik
M Modus Mode
0=Automatisch volgens schakelklok: Actuele/ingestelde temperaturen bepalen of de verwarmings- of de koelmodus wordt geactiveerd. 1=Automatisch volgens schakelklok: Alleen verwarmen indien nodig; koeluitgangen gedeactiveerd.
2=Automatisch volgens schakelklok: Alleen koelen indien nodig; zonweringsuitgangen actief, verwarmingsuitgangen gedeactiveerd.
3=Vast ingestelde temperatuur: insteltemperatuur van ingang ϑm, verwarmings- of koelbedrijf afhankelijk van de actuele temperaturen
4=Vast ingestelde temperatuur: alleen verwarmen; insteltemperatuur van ingang ϑm, koel- en zonweringsuitgangen gedeactiveerd.
5=Vast ingestelde temperatuur: alleen koelen; insteltemperatuur van ingang ϑm, koel- en zonweringsuitgangen actief, verwarmingsuitgangen gedeactiveerd.
- 0...5
ϑm Ingestelde temperatuur Analoge ingang gewenste ingestelde temperatuur in de modus vaste ingestelde temperatuur °
ϑi Temperatuur Actuele ruimtetemperatuur °
Iw Raam Raamcontact (ALLEEN voor automatische modi): UIT=gesloten, AAN=open
Als de buitentemperatuur lager (verwarmingsmodus) of hoger (koelmodus) is dan de ruimtetemperatuur, schakelt het systeem voor de duur van de opening over op de UIT-modus (vorst-/overtemperatuurbeveiliging)
De ingang wordt alleen als gesloten beschouwd als alle aangesloten ramen gesloten zijn.
- -
Ic Comfort Selectie "Comfort"
Start "Comfort" bij AAN (stijgende flank) en activeert de nalooptimer (Tsc) bij UIT (dalende flank).
Na het verstrijken van Tsc loopt de ingestelde automatische modus verder.
De temperatuur wordt geregeld op ϑch bij verwarmen, of ϑcc bij koelen.
- -
Ie Eco Start "Eco"
Start "Eco" bij AAN (stijgende flank) en activeert de nalooptimer (Tse) bij UIT (dalende flank).
Na afloop van Tse wordt de ingestelde automatische modus voortgezet.
Als Tse 0 is, loopt de timer tot de volgende wijziging in het schema.$BR$$De temperatuur wordt op ϑch-ϑeh (Eco Min) gehouden bij verwarmen, of ϑcc+ϑec (Eco Max) bij koelen.
- -
Io Uit (gebouwbescherming) Modus "Uit" (vorst/overtemperatuurbeveiliging)
Start "Uit" bij AAN (stijgende flank) en activeert de nalooptimer (Tse) bij UIT (dalende flank).
Na afloop van Tse loopt de ingestelde automatische modus verder.
Als Tse 0 is, loopt de nalooptimer tot de volgende wijziging van de timer.
Er wordt slechts voldoende verwarmd/gekoeld om de temperatuur boven ϑfp (vorstbeveiliging), of onder ϑohp (hittebeveiliging) te houden.
- -
Mv Bewegingsmelder Bewegingsmelder ingang ( verlenging & activering comforttijdvenster)
Verlengt comfort bij AAN, en activeert de nalooptimer (Tmv) bij UIT (neergaande flank).
Als de regelaar in het Eco-tijdvenster staat, wordt na 30 minuten continue beweging/aanwezigheid een comforttijdvenster gestart.
Na afloop van Tmv loopt de ingestelde automatische modus door.
- -
R Reset Alle actieve timers en nalooptijden (Tse, Tsc) worden beëindigd. Zolang de uitgang actief is, worden alle verwarmings- en koeluitgangen op 0 gezet. - -
DisMv Bewegingsmelder ingang Mv deactiveren Bewegingsmelder ingang Mv deactiveren - -
ϑO Buitentemperatuur Analoge ingang voor de actuele buitentemperatuur.
Als deze ingang niet is aangesloten, wordt de waarde van de systeemvariabele "Buitentemperatuur" gebruikt. Indien deze niet beschikbaar is, wordt de waarde -1000 weergegeven.
°
RtD Terugzetten naar bouwsteen sjabloon Zet parameters en instellingen van de bouwsteen naar de standaardwaarden volgens de bouwsteen sjabloon terug. Alleen mogelijk bij gebruik van een bouwsteen sjabloon! - -




Uitgangen

Contractie Beschrijving Eenheid Waardebereik
H Uitgang verwarmen
Afhankelijk van de instelling wordt de uitgang analoog of als PWM met automatische instellingen gebruikt
De tijdsduur is relatief kort. Om deze reden is het niet geschikt voor het direct schakelen van grote belastingen (bijvoorbeeld infraroodverwarmers) door middel van relaiscontacten.
- 0...10
C Uitgang koelen
Afhankelijk van de instelling wordt de uitgang analoog of als PWM met automatische instellingen gebruikt
De tijdsduur is relatief kort. Om deze reden is het niet geschikt voor het direct schakelen van grote belastingen (bijvoorbeeld infraroodverwarmers) door middel van relaiscontacten.
- 0...10
HC Uitgang verwarmen of koelen
Afhankelijk van de instelling wordt de uitgang analoog of als PWM met automatische instellingen gebruikt
De tijdsduur is relatief kort. Om deze reden is het niet geschikt voor het direct schakelen van grote belastingen (bijvoorbeeld infraroodverwarmers) door middel van relaiscontacten.
- 0...10
H1-3 Uitgang verwarmen bron 1-3
Als de "PWM" instelling in de bron is geactiveerd, wordt automatisch een 0/1 PWM-signaal uitgevoerd
De tijdsduur is relatief kort. Om deze reden is het niet geschikt voor het direct schakelen van grote belastingen (bijvoorbeeld infraroodverwarmers) door middel van relaiscontacten. Deze uitgang is alleen bij bepaalde blokconfiguraties zichtbaar.
- -
C1-3 Koelingsuitgang bron 1
Als de "PWM" instelling in de bron is geactiveerd, wordt automatisch een 0/1 PWM-signaal uitgevoerd
De tijdsduur is relatief kort. Om deze reden is het niet geschikt voor het direct schakelen van grote belastingen (bijvoorbeeld infraroodverwarmers) door middel van relaiscontacten. Deze uitgang is alleen bij bepaalde blokconfiguraties zichtbaar.
- -
HC1-3 Uitgang verwarmen of koelen bron 1-3
Als de "PWM" instelling in de bron is geactiveerd, wordt automatisch een 0/1 PWM-signaal uitgevoerd
De tijdsduur is relatief kort. Om deze reden is het niet geschikt voor het direct schakelen van grote belastingen (bijvoorbeeld infraroodverwarmers) door middel van relaiscontacten. Deze uitgang is alleen bij bepaalde blokconfiguraties zichtbaar.
- -
Qs Uitgang voor zonwering - continu
Koeling: Zonwering wordt actief zodra de actuele temperatuur > Temperatuur zonwering koeling.
Verwarming: Zonwering wordt actief zodra de actuele temperatuur > Temperatuur zonwering verwarming.
- -
Qm Actuele modus:
1 = Verwarmingsmodus, -1 = Koelmodus
-
Qe Fout uitgang - AAN zolang een van de volgende fouten aanwezig is:
- De temperatuur is buiten vorst-/hittebescherming.
- De actuele temperatuur wijkt na de opwarmings- of afkoelingsfase met minimaal 1,5°C af.
- -
TxQe Tekstuitvoer bij een fout - -
AQt Actuele doeltemperatuur °
AQm Actuele modus schakelklok -




Parameter

Contractie Korte beschrijving Beschrijving Eenheid Waardebereik Standaard waarde
ϑch Comforttemperatuur verwarming Absolute comforttemperatuur in verwarmingsmodus ° 21
ϑcc Comforttemperatuur koelen Absolute comforttemperatuur in koelingsmodus ° 23
ϑeh Temperatuur Eco verwarmen Temperatuur eco verwarming t.o.v. comforttemperatuur verwarming (gewenste temperatuur Eco Min = ϑch - ϑeh) ° 0.5...∞ 2
ϑec Temperatuur Eco koelen Temperatuur eco koeling t.o.v. comforttemperatuur koeling (richttemperatuur Eco Max = ϑcc + ϑec) ° 0.5...∞ 2
ϑsh Temperatuur zonwering verwarming Temperatuur waarboven zonwering wordt geactiveerd in verwarmingsmodus ° 25
ϑsc Temperatuur zonwering koeling Temperatuur vanaf welke de zonwering wordt geactiveerd in koelmodus ° 22
ϑfp Vorstbeschermingstemperatuur Absolute vorstbeveiligingstemperatuur
Voor langdurige afwezigheid als vorstbeveiliging. De waarde moet ten minste 3° lager zijn dan de comforttemperatuur verwarming
° 5
ϑohp Hittebescherming-temperatuur Absolute hittebeschermingstemperatuur
Maximumtemperatuur om schade door oververhitting te voorkomen. De waarde moet ten minste 3° hoger zijn dan de comforttemperatuur bij koeling.
° 28
Tsm Ventielbeweging Maximale stilstand van de actor in dagen.
Als de kleppen in de opgegeven periode niet zijn bewogen, worden ze automatisch bewogen.
Selecteer de tijd volgens de instructies van de fabrikant.
d 14
Tsc Comfort timer Comfort-overschrijdingstimer, wanneer ingang Ic UIT is (vallende flank), wordt de comforttemperatuur voor deze tijd geforceerd s 3600
Tse Eco timer Nalooptijd voor Eco of Uit (gebouwbeveiliging)
bij UIT (vallende flank) op ingang Ie/Io worden de temperaturen nog zolang verder geforceerd
s 3600
Tmv Verlenging comfort-tijdvenster Verlenging van het comforttijdvenster - bij UIT (vallende flank) op ingang Mv wordt de comforttemperatuur nog zolang geforceerd s 1800
Ths Opwarmingssnelheid Tijd die nodig is om de kamertemperatuur met 1° te verhogen. Als de waarde 0 is, wordt de door de ruimteregelaar geleerde waarde gebruikt. min 0
Tcs Afkoelsnelheid Tijd die nodig is om de kamertemperatuur met 1° te verlagen. Als de waarde 0 is, wordt de door de ruimteregelaar geleerde waarde gebruikt. min 0
Tpwm PWM interval Periode voor aan-/uitschakelcyclus wanneer een uitgang is geconfigureerd als PWM.
Waarde 0: automatische bepaling van het interval op basis van de huidige verwarmingssnelheid.
De PWM interval is in dit geval tussen 10 minuten (1°/min) en 60 minuten (0,1°/min en langzamer).
Het interval is een volledige aan/uit-cyclus. Bij een berekende opening van 80% is de uitgang 80% van het PWM-interval ingeschakeld.
De minimale duur bedraagt 1 minuut.
min 0...1440 0
TIw Vertraging raamcontact Vertraging van de activering gebouwbeveiliging na het openen van het raam s 0...∞ 300




Eigenschappen

Korte beschrijving Beschrijving Standaard waarde
Alle geconfigureerde bronnen op hetzelfde moment gebruiken Wanneer deze optie is geselecteerd, wordt de verwarmings- of koelingsvraag naar alle gekoppelde bronnen gestuurd. Indien niet geselecteerd, wordt de vraag gestuurd naar de eerste beschikbare bron en alle bronnen met lagere prioriteit die als 'goedkoop' zijn gedefinieerd. -
PWM-uitgangen Indien aangevinkt, worden de uitgangen H, C en HC gebruikt als PWM uitgang -
Schakeltijden Temperatuurregeling in verwarming en koeling modus -
configureren Configureer beschikbare Verwarmings-/Koelingsbronnen.
Ondersteunde bronnen kunnen worden aangemaakt, geprioriteerd en ingesteld per Verwarmen/Koelen/PWM-bron.
-




Toepassingsvoorbeeld

Het volgende voorbeeld toont de bouwsteen in een eenvoudige programmering:

Hier wordt de actuele ruimtetemperatuur via ingang ϑi naar de bouwsteen verzonden. Een extra venstercontact op Iw stelt de bouwsteen in staat te reageren op te lang geopende vensters. Op de Mv-ingang is een aanwezigheidsmelder aangesloten om de comforttemperatuur ook zonder tijdschema te activeren.

Op de uitgang H zijn de stelaandrijvingen aangesloten, in deze ruimte kan dus alleen worden verwarmd.
De uitgang Qs stuurt via de automatische zonwering de zonwering aan, afhankelijk van de op de parameters ϑsh en ϑsc ingestelde temperaturen.

In dit voorbeeld kan de bouwsteen de energiebron, zoals verwarming/koeling, nog niet rechtstreeks beïnvloeden; alleen de ruimtetemperatuur wordt via de stelaandrijvingen geregeld. Door het gebruik van aanvullende modules (klimaat controller, HVAC-regelaar, intelligente temperatuurregeling, mixer of aanvullende logica) is een volledige integratie van het verwarmings-/koelsysteem mogelijk.


Configureerbare verwarmings- en koelingsbronnen

Er kunnen tot 3 verwarmings-/koelingsbronnen geconfigureerd worden. De bouwsteen stuurt, afhankelijk van de configuratie, zijn vereisten naar deze bronnen. voor elke bron kan het vermogen om te verwarmen of te koelen geconfigureerd worden. Als de betreffende bron is geconfigureerd om alleen te verwarmen, wordt er bij aanvraag geen koelverzoek naar deze bron verzonden. Voor elke modus wordt aansluitend een vrij configureerbare prioriteitenlijst ingesteld. De verzoeken worden in de volgorde van deze lijst verzonden. De lijst wordt tot de eerste bron doorgelopen, die ook de gewenste energie (verwarmen/koelen) kan leveren. Als de parameter "alle bronnen tegelijkertijd gebruiken" is gezet, wordt het verzoek ook naar de volgende bronnen verzonden, anders alleen voor degenen die als "gunstig" zijn geconfigureerd voor de respectieve modus. Beschikbare bronnen worden cyclisch gecontroleerd om te kunnen reageren op wijzigingen in actieve werking.


Bronuitgangen

Voor elke bron zijn er uitgangen voor verwarming, koeling en verwarming+koeling. De bron-uitgangen stellen alleen de regelwaarde in als de bron zich in dezelfde modus bevindt, dit wil zeggen verwarmen of koelen. Bij systemen die kunnen verwarmen en koelen (zoals ventilatie of warmtepompen) wordt zo voorkomen dat de situatie in de ruimte hierdoor verslechtert. Als de inschakeldrempel van de klimaat controller werd onderschrijden, kan een minimale opening worden geforceerd tot het apparaat is uitgeschakeld, nadat de minimale looptijd is verstreken.


Buitentemperatuur

De buitentemperatuur wordt, indien beschikbaar, automatisch afgelezen van de systeemvariabelen. De module schakelt alleen over op gebouwbeveiliging met een open raam als de buitentemperatuur een negatieve invloed zou hebben op het huidige verwarmings-/ koelingsproces.


Gewenste temperatuur verwarming / koeling Ideaal

Als de Eh of Ec ingang actief is op een toegewezen klimaat controller (verwarming/koeling ideaal), wordt de gewenste temperatuur voor verwarming of koeling ingesteld op de gemiddelde waarde tussen de twee comforttemperaturen.


Wijzigingen in versie 12.1

Op veler verzoek en op grond van de opgedane ervaring werd de bouwsteen met de versies 12.0 en 12.1 herwerkt.
Dit resulteert in de volgende wijzigingen ten opzichte van de vorige versies:

2 Comforttemperaturen
Er zijn nu twee comforttemperaturen, een voor de verwarmingsmodus en een voor de koelingsmodus. Als de GEVRAAGDE temperatuur onder de verwarmingscomforttemperatuur komt, schakelt de ruimteregeling over op de verwarmingsmodus. Als de comforttemperatuur voor koeling wordt overschreden, schakelt de kamerregeling over op de koelmodus. De zogenaamde "dode zone" ligt tussen de comforttemperaturen voor koeling en verwarming. De koelcomforttemperatuur moet hoger zijn dan de verwarmingscomforttemperatuur. De parameter Td (toegestane afwijking) is verwijderd; de waarde wordt gebruikt om de comforttemperatuur voor koelen en verwarmen overeenkomstig in te stellen bij het omzetten van bestaande blokken naar de nieuwe versie.

Deactivering van verwarming/koeling
Als er een koelbehoefte is maar geen mogelijkheid tot koeling omdat geen bron (HVAC-regelaar, airconditioningsregelaar) koelvermogen levert, schakelt de ruimteregelaar in volautomatische modus niet meer naar de koelmodus. Als een bron meldt dat koeling mogelijk is, kan de ruimteregelaar ook koelen.

Zonwering
Er zijn twee nieuwe parameters die worden gebruikt om de zonwering te activeren (Temperatuur zonwering). Hiermee kan de ruimtetemperatuur worden gespecificeerd waarbij de zonweringsuitgang Qs wordt geactiveerd. De huidige modus bepaalt of de temperatuur voor koelen of voor verwarmen wordt gebruikt. De optie "Gebruik zonneschijn" is verwijderd van de ruimteregelaar en verplaatst naar het blok Automatische zonwering. De Qs uitgang van de ruimteregelaar wordt nu geactiveerd ongeacht of er zonneschijn is. Automatische zonwering op het Automatische Jaloezie blok via AS wordt nu alleen geactiveerd als de systeemvariabele Zonneschijn ook actief is (mits de optie 'Gebruik zonneschijn' is ingeschakeld).

Activering van schakelklokgegevens door aanwezigheid
Het is nu mogelijk schakelklokgegevens alleen te activeren als er aanwezigheid/beweging in de kamer is. Dit kan in de betreffende schakelklokinvoer worden geselecteerd door de optie "Activering bij aanwezigheid". Een dergelijke invoer wordt geactiveerd via de Mv-ingang van de ruimteregelaar.

Activeren van de comfortmodus zonder schakelklok door aanwezigheid
Als de ruimte zich momenteel in de Eco-modus bevindt en er is gedurende 30min aanwezigheid/beweging in de ruimte, dan wordt de comfortmodus automatisch gestart voor de tijd van aanwezigheid/beweging + parameter Tmv.

Benaming
Voor temperatuuringangen en -parameters wordt nu het fysische teken voor temperatuur (ϑ) gebruikt om temperatuur van tijd (T) te onderscheiden. De spaarstand wordt nu Eco-stand genoemd.