Tracker

Toepassing

Met de tracker kunnen gebeurtenissen worden weergegeven in de visualisering. Er kan een willekeurig aantal trackers worden aangemaakt.

Basisprogrammering

MELDINGEN BIJ AAN/ANALOGE VERANDERINGEN OF UIT

In deze velden wordt bepaald welke meldingen naar de tracker worden geschreven.

Programmeervoorbeeld

In dit voorbeeld wordt tekstuitgang TQ van de machtigingscomponent ook in de tracker geschreven.

Bij “Bericht bij AAN” wordt <v> ingevoerd. Met deze commandocode wordt de tekst van de machtiging overgenomen.
Met het aantal items kan worden bepaald hoeveel items de tracker in de visualisering heeft.
De oudste items worden altijd vervangen door de recente.

In de visualisering worden de geregistreerde gebeurtenissen weergegeven:

 

In dit tweede voorbeeld zie je dat er een track wordt bijgehouden van wanneer het alarm is in-/uitgeschakeld.


De ‘<v>’ die eerder was ingegeven bij ‘bericht wanneer aan’ is vervangen door de melding die moet worden opgeslagen wanneer de ingang hoog wordt.
de ‘<v>’ die eerder was ingegeven bij ‘bericht wanneer uit’ is vervangen door de melding die moet worden opgeslagen wanneer de ingang laag wordt.

Met check ‘gebruiken’ zorg je ervoor dat de log ook in de visualisatie terug te vinden is voor bepaalde gebruikers.

Met de check ‘remanentie’ zorg je ervoor dat de opgeslagen gegevens ook bewaard worden na een stroomonderbreking.