Stepper

Toepassing

Met de programmabouwsteen Stepper kan een analoge waarde bij elke puls op de ingang met een bepaalde waarde worden verhoogd of verlaagd.

Basisprogrammering

De analoge waarde op uitgang AQ wordt bij elke puls op ingang Tr afhankelijk van de telrichting Dir met één stap verhoogd of verlaagd. De stapgrootte wordt gedefinieerd met parameter S. De maximumwaarde kan worden ingesteld met parameter M.

Door een puls op ingang R wordt uitgang AQ weer op 0 gezet.

functiebouwsteen stepper

Ingangen

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
TrTriggerBij elke puls wordt AQ met een stap verhoogd of verlaagd (afhankelijk van parameter Dir).0/1
RRZet uitgang AQ op 0.0/1

 

Parameters

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
RemanentieRemanentie-ingangActiveert de remanentie van de component.0/1
DirTelrichtingKeuze van de telrichting: 0 = omhoog, 1 = omlaag0/1
SIStapgrootteWaarde waarmee uitgang AQ per puls wordt veranderd.
MMaximale waardeDeze waarde kan AQ maximaal bereiken.

 

Uitgangen

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
AQAnaloge uitgangHier wordt de actuele analoge waarde uitgevoerd.