Stelventiel Tree

Handleiding voor de ingebruikname van het stelventiel Tree

TECHNISCHE GEGEVENS

  • Stroomvoorziening: 24VDC
  • Geluidsarme ventielbeweging met stappenmotor
  • Bedrijfstemperatuur: 0 °C …55 °C
  • Luchtvochtigheid: 80 % r.F.
  • Afmetingen: 73 x 46 x 53 mm (zonder adapter)
  • Type 1 (EN60730-1)
  • Maximaal stroomverbruik: 1,5W
  • Beschermingsklasse: IP20
  • Geen onderhoud nodig. Schoonmaken met een droge doek.
  • Kabeldoorsnede: 0,258 – 0,34 mm²
  • Buitendoorsnede kabel: 1,1 – 1,6 mm² (kabel moet voor minstens 70°C gespecificeerd zijn)
  • Bedieningskracht: 70N
  • Bedieningsbaan: 5 mm

Houd bij de keuze van de voeding rekening met de maximale inschakelstroom van 50 mA (bij 24VDC).
Om belastingspieken op het inschakelmoment te vermijden, gaan altijd maximaal 5 stelventielen tegelijk van start.

 

INGEBRUIKNAME

 

Omdat het stelventiel Tree na het aanleren een basis afstelling uitvoert, moet het stelventiel voor de ingebruikname worden gemonteerd. Controleer voor de montage of de klepsteel beweegbaar en niet vastgeroest is.
Eerste ingebruikname:
Voor de ingebruikname van het stelventiel Tree sluit u de oranje/witte kabel aan op de stroomvoorziening (klem 24V/GND) en de groen/witte kabel op de Tree-bus (klem G/W).
Gebruik voor het aansluiten van de kabel de geschikte IDC-tool.
opgepastDe led van de stelaandrijving knippert nu oranje. Als deze indicator niet oranje knippert, controleert u de bekabeling van de stelaandrijving.

 

stelventiel tree

 

Meer informatie over het aanleren van uw tree component.

Het apparaat wordt nu vermeld in de periferieboom.
De analoge uitgang stuurt de kleppositie [0-100%] 0% = gesloten; 100%= geopend
Verder kunt u in de eigenschappen van het apparaat diagnose-ingangen activeren.
Bij de stelaandrijving Tree worden hier ook nog:

  • de online-status
  • geen klep herkend
  • klep vastgelopen

vermeld. Deze ingangen kunnen ook worden gebruikt voor logica.

stelventiel diagnose ingangen

 

Nadat de stelaandrijving met succes met een Miniserver werd verbonden, wordt de referentieverplaatsing gestart. Daarbij bepaalt de stelaandrijving de klepbaan en slaat de positie voor 0% en 100% op.

Vele kleppen hebben reeds bij 50% van hun baan de maximale doorstroming. U kunt in de eigenschappen van analoge uitgang “Stelaandrijving” de correctie aanpassen door bijvoorbeeld “Doelwaarde 2” op 50 in te stellen. Daardoor wordt de beweging van de motor verkort.
Dit is verschillend van klep tot klep.

BASISPROGRAMMERING

bouwsteen intelligente ruimteregeling

LEDSTANDEN

 

 

ROOD aan met korte onderbrekingenGeen communicatie met de Miniserver mogelijk.
Controleer de bedrading.
GEEL aan met korte onderbrekingenTree-apparaat werd op de bus herkend maar is niet aangeleerd in de Miniserver.
GROEN 3x kort knipperendCommunicatie in orde, apparaat aangeleerd
ROOD knipperendOnline, klep > 90% geopend
ORANJE knipperendOnline, klep tussen 10 – 90% geopend
GROEN knipperendOnline, klep < 10% geopend
ROOD snel knipperendEr is een fout “klep zit vast” of “geen klep herkend”.
Controleer de klepsteel; deze moet vlot bewegen

 

APPARAATTEST

Voor testdoeleinden kan de stelaandrijving volledig worden geopend of gesloten. Bovendien kunt u met “Apparaat opnieuw kalibreren” een nieuwe basis afstelling van het stelventiel uitvoeren.
Om deze test uit te voeren, klikt u met de rechter muisknop in de randapparatuur op het stelventiel.
Hier kunt u nu Apparaattest Aan (= stelventiel volledig open), Apparaattest Uit (= stelventiel volledig sluiten) en de basis afstelling (Apparaat herkalibreren) uitvoeren.

 

Apparaattest

 

Korte handleiding van de stelaandrijving Tree (pdf)
Downloaden
Stelaandrijving Tree EG-conformiteitsverklaring (pdf)
Downloaden