Ping

Toepassing

Met de bouwsteen Ping kunt u een bewaking realiseren van de bereikbaarheid van een netwerkapparaat of een server.

Basisprogrammering

Selecteer de component Ping, zodat u in de eigenschappen het adres van het te bewaken apparaat kunt invoeren.

Met parameter Tp kunt u definiëren hoeveel seconden na een geslaagd antwoord een nieuwe ping moet worden uitgevoerd.

Als een ping mislukt is, m.a.w. als de deelnemer niet bereikbaar is, wordt na het verstrijken van tijd Tt (eveneens in seconden) opnieuw een ping uitgevoerd.

Bij parameter N kunt u definiëren hoe vaak een ping moet mislukken om de alarmering te starten en uitgang Q te deactiveren.

Als ingang DisP wordt geactiveerd, wordt de component geblokkeerd en wordt de bewaking onderbroken.

 

eigenschappen ping

Ingangen

 

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
DisDisableDeactiveert de functie van de component.0/1

 

Parameters

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
TpTijd tussen geslaagde pingss
TtTijd tussen mislukte pingss
NAantal time-outsAantal time-outs voor de uitgang wordt uitgeschakeld.

 

 

Uitgangen

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
Onlinedigitale uitgangUitgang is geactiveerd zolang de bestemming bereikbaar is.0/1

 

Projectidee:
Laat u telefonisch verwittigen wanneer de server niet meer bereikbaar is.
Info hieromtrent vindt u hier.