Marker

Toepassing

De programmacomponent Marker draagt toestanden of waarden over van de ene plaats naar de andere. Dit is bijvoorbeeld handig om een waarde op meerdere programmeerpagina’s te gebruiken of om lijnkruisingen te vermijden.

Vanaf versie 8.3 kunnen teksten met Markers doorgegeven worden.

Basisprogrammering

Een marker kan worden ingevoegd door in Randapparatuur op “Marker” te klikken, of met de snelkoppeling “F5”.

Na het invoegen wordt de marker als uitgangsreferentie weergegeven. Aan deze uitgangsreferentie kunt u de door te sturen informatie koppelen.

De Marker wordt aangegeven in de randapparatuur en kan een willekeurig aantal keren als ingangsreferentie worden ingevoegd. Als aan de uitgangsreferentie van de marker een puls wordt overgedragen, wordt die naar alle ingangsreferenties van de marker gestuurd.

Standaard is de marker digitaal (Aan en Uit) gedefinieerd. Als de marker een analoge waarde moet doorsturen, verwijdert u in de eigenschappen van de marker het vinkje bij het selectie vakje “Als digitale marker gebruiken”.

 

Programmeervoorbeeld

Met de marker “Licht Z uit” worden alle pulsen samengevat die het licht in het volledige huis moeten uitschakelen.

Deze marker wordt nu op alle programmeerpagina’s met lichtsturingen ingevoegd en gekoppeld aan ingang R.