Differentie Drempelwaardeschakelaar

Toepassing

De component controleert een analoge ingang (AI) op naleving van een meetbereik. Toepassingsvoorbeelden zijn vulpeilregeling, debietbewaking, klimaatsturing, …

Basisprogrammering

 

differentie drempelwaardeschakelaar config

De te bewaken sensor wordt aan ingang AI gekoppeld.
Delta groter dan 0: Uitgang (Q) wordt geactiveerd zodra de waarde van ingang (AI) de drempelwaarde (V + delta) overschrijdt, en wordt gedeactiveerd wanneer (AI) lager komt dan drempelwaarde (V).
Delta kleiner dan 0: Uitgang (Q) wordt geactiveerd zodra de waarde van ingang (AI) in het meetbereik ligt. Het meetbereik wordt gedefinieerd door de parameteringangen Trigger drempelwaarde (V) en Verschilwaarde (D).

 

 

Ingangen

Naam Beschrijving Verklaring Waardebereik Eenheid
AI analoge ingang Analoge waarde waaraan de te bewaken sensor wordt gekoppeld.

 

Parameters

 

Naam Beschrijving Verklaring Waardebereik Eenheid
V Trigger drempelwaarde Drempelwaarde
D Verschilwaarde Groter dan 0: Uitgang (Q) wordt geactiveerd zodra de waarde van ingang (AI) de drempelwaarde (V + D) overschrijdt, en wordt gedeactiveerd wanneer (AI) lager komt dan drempelwaarde (V).

Kleiner dan 0: Uitgang (Q) wordt geactiveerd zodra de waarde van ingang (AI) binnen het meetbereik ligt. Het meetbereik wordt gedefinieerd door de parameteringangen Trigger drempelwaarde (V) en Verschilwaarde (D).

 

Uitgangen

 

Naam Beschrijving Verklaring Waardebereik Eenheid
Q digitale uitgang Wordt 1 wanneer de waarde op AI zich binnen het gedefinieerde bereik bevindt. 0/1
Qon Aan-flank Geeft een puls wanneer Q wordt ingeschakeld. 0/1
Qoff Uit-flank Geeft een puls wanneer Q wordt uitgeschakeld. 0/1

 

Programmeervoorbeeld

 

voorbeeld

In dit voorbeeld wordt een analoge sensor gecontroleerd. De constante drempelwaarde heeft een waarde van 4 en het verschil heeft een waarde van 3, bijgevolg is het waardebereik van 4 (parameter V) tot 7 (parameter V + parameter D -> 4+3 = 7) gedefinieerd.

Als de waarde in dit bereik ligt, wordt op uitgang Q de waarde 1 uitgevoerd. Als de analoge waarde boven of onder het waardebereik ligt, wordt op uitgang Q de waarde 0 uitgevoerd.