Communicatie met RS232/485

 Neem voor gedetailleerde informatie over de integratie van uw RS232/RS485-apparaat contact op met de fabrikant van het apparaat dat moet worden ingebouwd.

INSTELLINGEN

In het eigenschappenvenster van de RS232/RS485 Extension kunt u de instellingen van de RS232/RS485-verbinding definiëren:

 

Baudrate Snelheid van de gegevensoverdracht in bits per seconde (maximale baudrate: 120.000 bits per seconde)
Aantal gegevensbits 5 – 8
Aantal stopbits 1 – 2
Pariteit Geen, even, oneven, altijd 0, altijd 1
Einde-indicator Het gebruik van een einde-indicator is optioneel.
De einde-indicator moet in hexadecimale vorm (bijv. 0x0A) worden opgegeven.
Als de opgegeven einde-indicator wordt ontvangen, weet de RS232/RS485 Extension dat een frame volledig is ontvangen en stuurt het frame naar de Miniserver.
Als geen einde-indicator wordt aangegeven, wordt een time-out met een duur van 32 bitperiodes gebruikt. Dit betekent dat, wanneer gedurende 32 bitperiodes niets wordt ontvangen, de RS232/RS485 Extension weet dat een frame volledig ontvangen is en het frame naar de Miniserver wordt gestuurd.
Checksum-procedure Het gebruik van de checksum-procedure is optioneel.
De volgende checksums kunnen worden gebruikt. XOR-byte, som-byte, CRC-byte, Modbus CRC, Fronius checksum
Bij verzending via een RS232/RS485-actuator wordt de overeenkomstige checksum berekend en in de te verzenden gegevensstroom geplaatst.
Bij ontvangst via een RS232/RS485-sensor functioneert de commandoherkenning alleen wanneer de overeenkomstige checksum correct werd ontvangen. De checksum-bytes mogen niet worden gebruikt voor de commandoherkenning. *

* Als de checksum-procedure CRC byte op het einde wordt gebruikt. U kunt de correcte checksum berekenen met deze tool (crc-order 8, polynom 85).

De volledige communicatie van de RS232 Extension en van de RS485 Extension loopt via de Loxone-bus naar de Miniserver. Het regelmatig opvragen van gegevens (meerdere keren per seconde) kan tot overbelasting van de Loxone-bus leiden, waardoor commando’s soms vertraagd worden afgewerkt. Controleer bij sensorgegevens altijd of gegevens effectief met een hoge frequentie moeten worden opgevraagd en of opvragen meerdere keren per seconde zinvol is.

MONITOR

De RS232/RS485-monitor wordt in het tabblad Miniserver geactiveerd door een vinkje te plaatsen bij “RS232/485-monitor”.
In de monitor wordt elke byte die van de RS232/RS485 Extension wordt ontvangen, standaard weergegeven in ASCII-formaat. Door het vinkje te plaatsen bij “Hex”, wordt de hexadecimale waarde van elke ontvangen byte getoond.

SENSOR

Bij de RS232- of RS485-sensor kan in het eigenschappenvenster worden gedefinieerd of de sensor als digitale dan wel als analoge ingang wordt gebruikt door het vinkje bij “Als digitale ingang gebruiken” al dan niet in te stellen.
In het eigenschappenvenster kan bij “Commandoherkenning” een tekenreeks worden ingevoerd. De digitale ingang geeft een puls op de uitgang wanneer in de ontvangen gegevens de in de commandoherkenning ingevoerde tekenreeks vervat zit. Met de analoge ingang kunnen willekeurige waarden uit de ontvangen gegevensstroom worden overgenomen.
De ingevoerde tekens worden als ASCII-tekens geïnterpreteerd.
Een sensor kan maximaal 512 tekens ontvangen.
Als een checksum-procedure wordt gebruikt, werkt de commandoherkenning alleen wanneer de overeenkomstige checksum correct werd ontvangen. De checksum-bytes mogen niet worden gebruikt voor de commandoherkenning.

SPECIALE TEKENS VOOR DE COMMANDOHERKENNING BIJ DIGITALE EN ANALOGE INGANG

\x Hexadecimaal bijv. \x09 voor 0x09 of \x01\x02\x03\x04 voor 0x01020304
\\ \
\. Willekeurig teken
\w Willekeurig woord
\# Willekeurig getal
\t Tabulatie (0x09)
\b Tabulatie (0x09) of spatie (0x20)
\r Carriage return (0x0D)
\n Line feed (0x0A)
\d Willekeurig cijfer (0-9)
\a Willekeurige letter (A-Z,a-z)
\m Willekeurige letter (A-Z,a-z) of willekeurig cijfer (0-9)

SPECIALE TEKENS VOOR DE COMMANDOHERKENNING BIJ DIGITALE EN ANALOGE INGANG

\x Hexadecimaal bijv. \x09 voor 0x09 of \x01\x02\x03\x04 voor 0x01020304
\\ \
\. Willekeurig teken
\w Willekeurig woord
\# Willekeurig getal
\t Tabulatie (0x09)
\b Tabulatie (0x09) of spatie (0x20)
\r Carriage return (0x0D)
\n Line feed (0x0A)
\d Willekeurig cijfer (0-9)
\a Willekeurige letter (A-Z,a-z)
\m Willekeurige letter (A-Z,a-z) of willekeurig cijfer (0-9)

SPECIALE TEKENS VOOR DE COMMANDOHERKENNING BIJ ANALOGE INGANG

\v De waarde wordt overgenomen uit de ASCII-tekenreeks. De posities achter de komma moeten worden gescheiden door een komma of een punt.
\1 De numerieke waarde van de ontvangen byte wordt als minst significante byte (LSB) op de uitgang overgenomen (bits 0-7).
\2 De numerieke waarde van de ontvangen byte wordt in bits 8-15 op de uitgang overgenomen.
\3 De numerieke waarde van de ontvangen byte wordt in bits 16-23 op de uitgang overgenomen.
\4 De numerieke waarde van de ontvangen byte wordt als meest significante byte (MSB) op de uitgang overgenomen (bits 24-31).

VOORBEELDEN DIGITALE INGANG

Ontvangen gegevensstroom Commandoherkenning Digitale uitgang
Dit is een test Dit is een test Puls
Dit is een test Dit is een test 0
CMD01 OK\n\r CMD\d\d OK\n\r Puls

VOORBEELDEN ANALOGE INGANG

Ontvangen gegevensstroom Commandoherkenning Analoge uitgang
1254 \v 1250
1.254 \v 1,254
1,254 \v 1,254
pm 18.5 20 19.25 pm \v 18,5
pm 18.5 20 19.25 pm \# \v 20
pm 18.5 20 19.25 pm \# \# \v 19,25
CMD01 \xA5 CMD01 \1 0xA5
CMD02 \x01\x02\x03\x04 CMD02 \1\2\3\4 0x04030201
CMD02 \x01\x02\x03\x04 CMD02 \4\3\2\1 0x01020304

ACTUATOR

Bij de RS232- of RS485-actuator kan in het eigenschappenvenster worden gedefinieerd of de actuator als digitale dan wel als analoge uitgang wordt gebruikt door het vinkje bij “Als digitale uitgang gebruiken” al dan niet in te stellen.
In het eigenschappenvenster kan onder “Commando bij AAN” of “Commando bij UIT” een tekenreeks worden ingevoerd. De digitale uitgang geeft deze tekenreeks weer op de RS232-interface wanneer hij geactiveerd of gedeactiveerd wordt. Met de analoge uitgang kan de waarde op de ingang van de actuator worden overgenomen (bij elke wijziging van de ingangswaarde) en op de RS232-interface worden uitgevoerd.
De ingevoerde tekens worden als ASCII-tekens geïnterpreteerd.
Een actuator kan maximaal 256 tekens verzenden.
Als een checksum-procedure wordt gebruikt, wordt de overeenkomstige checksum berekend en in de te verzenden gegevensstroom geplaatst.
Learn about controlling RS-232 and RS-485 devices with Loxone.

SPECIALE TEKENS VOOR DIGITALE EN ANALOGE UITGANG

\x Hexadecimaal bijv. \x09 voor 0x09 of \x01\x02\x03\x04 voor 0x01020304
\\ \
\t Tabulatie (0x09)
\r Carriage return (0x0D)
\n Line feed (0x0A)

SPECIALE TEKENS VOOR DE ANALOGE UITGANG

<v> De waarde op de ingang van de actuator wordt op de RS232-interface (zonder positie na de komma) uitgevoerd.
<v.1> De waarde op de ingang van de actuator wordt op de RS232-interface met een positie na de komma uitgevoerd.
<v.2> De waarde op de ingang van de actuator wordt op de RS232-interface met twee posities na de komma uitgevoerd.
<v.3> De waarde op de ingang van de actuator wordt op de RS232-interface met drie posities na de komma uitgevoerd.
<v.t> De waarde op de ingang van de actuator wordt als secondenwaarde geïnterpreteerd en op de RS232-interface geformatteerd uitgevoerd.

VOORBEELDEN DIGITALE UITGANG

Ingang Commando bij AAN Commando bij UIT Verzonden gegevensstroom
Stijgende flank CMD EIN\n\r CMD AUS\n\r CMD EIN\n\r
Dalende flank CMD EIN\n\r CMD AUS\n\r CMD AUS\n\r

VOORBEELDEN ANALOGE UITGANG

Ingang Commando bij AAN Verzonden gegevensstroom
36 CMD03 <v> CMD03 36
36,1 CMD03 <v.1> CMD03 36.1
36,123 CMD03 <v.3> CMD03 36.123
59 Tijd: <v.t> Tijd: 0:00:59
100 Tijd: <v.t> Tijd: 0:01:40
3600 Tijd: <v.t> Tijd: 1:00:00
36000 Tijd: <v.t> Tijd: 10:00:00
86400 Tijd: <v.t> Tijd: 1 dag, 00:00:00
400000 Tijd: <v.t> Tijd: 4 dagen, 15:06:40