2 Selectie Knoppen

Toepassing

Met de programmabouwsteen 2 selectie knoppen kan een analoge waarde door een druk op een knop stapsgewijs worden verhoogd of verlaagd.

Basisprogrammering

 

2 selectie knoppen functieblok

Met elke puls op ingang + resp. – wordt de waarde op uitgang AQ verhoogd of verlaagd met de waarde SI. Als ingang + langer wordt bediend, worden afhankelijk van de ingestelde herhaalfrequentie (parameter Rr) meerdere verhogingen of verminderingen op uitgang AQ uitgevoerd.

Het waardebereik op uitgang AQ kan worden gedefinieerd met de twee parameters Min (minimumwaarde) en Max (maximumwaarde).

Met ingang P kan de waarde op uitgang AQ direct worden ingesteld. Als op ingang P bijvoorbeeld de waarde 5 staat, wordt ook op uitgang AQ de waarde 5 uitgevoerd. Bij een reset wordt AQ op deze waarde gezet.

Ingangen

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
+Trigger plusMet elke puls wordt de waarde op uitgang AQ verhoogd met de waarde SI.0/1
Trigger minMet elke puls wordt de waarde op uitgang AQ verminderd met de waarde SI.0/1
PStandaardwaardeMet deze ingang kan de waarde op uitgang AQ direct worden ingesteld.
RResetStelt uitgang AQ in op de waarde van parameter D.0/1
DisDisableKinderbeveiliging – blokkeert alle ingangen en zet AQ weer op 0.0/1

 

 

Parameters

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
RemanentieRemanentie-ingangActiveert de remanentie van deze component.0/1
MinMinimale waardeBepaalt de minimumwaarde voor AQ.
MaxMaximale waardeBepaalt de maximumwaarde voor AQ.
SIStapgrootteMet deze parameter wordt de waarde bepaald waarmee AQ bij elke puls op + of – wordt verhoogd of verlaagd.
RrHerhaalfrequentieAls + of – langer wordt bediend, worden afhankelijk van deze parameter meerdere verhogingen of verlagingen op uitgang AQ uitgevoerd.s
DResetwaardeWaarde waarop de uitgang bij reset moet worden ingesteld.

 

Uitgangen

NaamBeschrijvingVerklaringWaardebereikEenheid
AQactuele tellerstandWordt met elke puls op ingang + of – verhoogd of verlaagd met SI.0/1