Tree Turbo is een krachtige interface waarmee men audioapparaten zoals de Stereo Extension, Install Speaker 7 Master, Install Speaker 10 Master, Install Sub 10 Master en Satellite Speaker IP64 Master kan aansluiten op de Audioserver of de Miniserver Compact.
Elke Tree Turbo interface ondersteunt maximaal 10 apparaten met een maximale kabellengte van 150 m /492 ft.
Inhoudsopgave
- Bedrading & topologie
- Koppelen van Tree Turbo apparaten
- Vereisten voor Tree Turbo-snelheid voor audioapparaten
- Tree Turbo signaalhygiëne in grote installaties
Bedrading & topologie↑
De volgende bedradingstopologieën (Tree Turbo) worden ondersteund, met een maximale kabellengte van 150 m /492 ft:

Wij raden aan om voor de bekabeling de Loxone-audiokabel te gebruiken. Gebruik de groene/groene-witte twisted pair voor de Tree Turbo-datalijn en de oranje/oranhe-witte twisted pair met een doorsnede van 1,5 mm² (AWG 16) voor de 24VDC-voeding.
Voor langere kabels of wanneer meerdere Tree Turbo-apparaten met een hoog stroomverbruik worden aangesloten, kunnen extra voedingen in de buurt van de apparaten worden geïnstalleerd of kunnen meerdere voedingskabels worden aangelegd.
Als er afzonderlijke voedingen worden gebruikt, raden we aan om de GND's van alle voedingen met elkaar te verbinden.

Gedetailleerde bedrading met de audiokabel
Master Install Speaker (Install Speaker 7 Master, Install Speaker 10 Master, Install Sub 10 Master):

Client Install Speaker (Install Speaker 7 Client, Install Speaker 10 Client, Install Sub 10 Client):

Satellite Speaker IP64 Master:

Satellite Speaker IP64 Client:

Stereo Extension:

![]() | De Tree Turbo interface is gebaseerd op een totaal andere technologie dan de bekende Tree interface. Daarom mogen de Tree en de Tree Turbo interface niet met elkaar worden verbonden! De datalijnen van de Tree Turbo mogen niet samen met andere data- of signaallijnen in dezelfde kabel lopen. |
De Tree Turbo communicatie is IP gebaseerd, daarom zullen IP adressen voor alle Tree Turbo apparaten op het netwerk verschijnen.
Als een Audioserver of Miniserver Compact zich in een lokaal 10.10.10.x-netwerk bevindt, moet het apparaat op DHCP worden ingesteld. Alleen dan kan de netwerkconfiguratie automatisch worden gedetecteerd, aangezien Tree Turbo-apparaten standaard in dit adresbereik werken en vervolgens automatisch overschakelen naar een alternatief intern netwerkcircuit.
Koppelen van Tree Turbo apparaten↑
Om Tree Turbo-apparaten toe te voegen, klikt u eerst op de gewenste Tree Turbo interface in Loxone Config en vervolgens op Tree Turbo Zoeken.
Het venster dat opent zal een lijst bevatten van alle aangesloten Tree Turbo apparaten die nog geen deel uitmaken van het programma:

Wanneer u een apparaat markeert, zal het zichzelf identificeren door zijn status-LED te laten knipperen of door een geluidssignaal via de speakers te laten horen. Zo kunt u het apparaat gemakkelijk lokaliseren en een naam geven.
Selecteer het gewenste apparaat, wijs een naam, ruimte en installatielocatie toe en voeg het toe aan de programmering met Koppel apparaat of de + toets.
In het rechtergedeelte van het venster staan alle apparaten die al deel uitmaken van het programma. U kunt ze weergeven door op Mijn apparaten weergeven te klikken.
U kunt ook een bestaand apparaat vervangen door een nieuw apparaat van hetzelfde type dat tijdens het zoeken is gevonden. Dit is handig wanneer u een apparaat vervangt of apparaten toevoegt aan een vooraf geconfigureerd programma. Selecteer zowel het toe te voegen apparaat als het te vervangen apparaat en klik vervolgens op de pijl-rechtsknop om het oude apparaat in het programma te vervangen door het nieuwe.
Om de aanpassingen toe te passen, sla het programma op in de Miniserver.
De toegevoegde apparaten zijn nu klaar voor gebruik en beschikbaar in de Tree Turbo interface bij de corresponderende randapparatuur.
Vereisten voor Tree Turbo-snelheid voor audioapparaten↑
Voor een betrouwbare audioweergave via Tree Turbo is het belangrijk om de gegevensdoorvoer te controleren met behulp van de Health Check-diagnosetool in Loxone Config.
Aanbevolen snelheidswaarden:
Boven 180 Mbit/s – Optimale prestaties
100-150 Mbit/s - Dit kan leiden tot geluidsonderbrekingen, vooral bij het gebruik van diensten zoals Spotify Connect, Bluetooth of AirPlay
Minder dan 100 Mbit/s – Dit kan een negatieve invloed hebben op alle audiostreams, afhankelijk van het aantal clients en actieve streams
Voor de internetverbinding moet gemiddeld een stabiele downstream van 0,5–1 Mbit/s per actieve bron worden gegarandeerd
Als de snelheid van de Tree Turbo te laag is, controleer dan het volgende:
We raden aan om de Loxone Tree of Loxone Audio kabel te gebruiken.
We raden aan om de Weidmüller klemmen te gebruiken die beschikbaar zijn in onze webshop.
Vermijd parallelle routing van Tree Turbo-kabels van verschillende Audioservers of Miniserver Compacts. Deze kabels mogen niet dicht bij elkaar worden geïnstalleerd om overspraak te voorkomen.
Houd rekening met de maximale kabellengte van 150m.
Het aantal Tree Turbo apparaten is beperkt tot 10 apparaten per Tree Turbo-interface.
Tree Turbo signaalhygiëne in grote installaties↑
Bij grotere installaties met meer dan één Audioserver of Miniserver Compact moet u de afzonderlijke Tree Turbo kabels fysiek van elkaar gescheiden houden. Vermijd kruisingen en parallelle kabels.
Vanwege de hoge gegevenssnelheid van Tree Turbo zou er anders wederzijdse interferentie kunnen optreden.
Om dit te voorkomen, moet u de Tree Turbo zenders (Audioserver/Miniserver Compact) zo ver mogelijk uit elkaar plaatsen.
Zorg ervoor dat de kabels in de schakelkast zo kort mogelijk zijn.
Als er aansluitklemmen worden gebruikt, gebruik dan Tree Turbo patchklemmen in plaats van verdeelklemmen. Verdeelklemmen met een hoge nominale stroomsterkte kunnen door hun grote metalen oppervlak als antennes fungeren.
