Informatie omtrent bekabeling

De volgende instructies zijn bedoeld voor elektriciens die op professionele wijze de bedrading van onze besturingsoplossingen uitvoeren.

Algemene info

Als tijdens de installatie vragen of onduidelijkheden bovenkomen, staan onze supportmedewerkers tot uw beschikking.

Elektrisch apparatuur bekabelen

attention
We raden aan dat u de bedrading door uw elektricien laat uitvoeren of dat u contact opneemt met een geschoold persoon.
De bedrading van de Loxone-componenten mag ALLEEN in een spanningsloze toestand worden uitgevoerd !!!

 

De bekabeling begrijpen

Hier zijn enkele nuttige tips en tricks voor een vlotte installatie:

  • De bedrijfsspanning van de Loxone-apparaten is 24V DC
  • Om de apparaten via onze sturing te kunnen gebruiken, moeten hun kabels allemaal in de verdeelkast zitten – waar onze sturingen zich bevinden.
  • Om de bedrading te vereenvoudigen en overzichtelijk te houden, raden we de Loxone Tree-kabel aan. Perfect voor alle Tree-producten.
  • De Loxone-link kan maximaal 500 m lang zijn en moet lineair worden bekabeld.
  • De laatste extensie op de Loxone-link moet worden afgesloten met een 120 ohm-weerstand (opgenomen in Miniser verpakking)
  • Als de Miniserver zonder extensie wordt gebruikt, mag de Loxone-link niet worden beëindigd.
  • De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke voorschriften van het betreffende land.
  • Kabel voor Loxone Link: afgeschermde getwiste paarkabel (bijv. Cat 5, Cat 7, blauw draadpaar of onze verbindingsdraden)

Om veiligheidsredenen vereisen Loxone installaties het gebruik van SELV-voedingen (= veiligheid extra-laagspanning). Er is dus geen verdere aansluiting van de 24V-uitgangskant op PE nodig.
In veel installaties kan echter niet worden voorkomen dat de GND van de Loxone 24V SELV-voeding wordt verbonden door een extern apparaat met PE.
Deze verbinding kan gemaakt worden via apparaten zoals bv. patchpanelen, pc’s, routers, projectoren of vergelijkbare IT-apparaten.
In dit geval om een mogelijke stroomdoorvoer (compensatiestroom of, in het geval van een storing, een foutstroom) via de Miniserver te voorkomen, moet de GND van de Miniserver-voeding rechtstreeks worden aangesloten op de 24V-voeding met PE. De installatie verandert dan van een SELV (= veiligheid extra-laagspanning) naar een PELV (= Beschermde extra laagspanning) installatie.