Nano Motor Controller Tree

De Nano Motor Controller Tree is een compacte module met DC-uitgangen, die wordt aangestuurd via de Loxone Tree interface.

De configureerbare uitgangen maken het mogelijk motoren of LED-verlichting aan te sluiten in de volgende bedrijfsmodi:

Motor bidirectioneel: Een uitgang voor gelijkstroommotoren, inclusief regeling van richting en snelheid.

Motor unidirectioneel: Twee uitgangen voor gelijkstroommotoren inclusief snelheidsregeling, geen richtingsverandering mogelijk.

Dimmer: Een uitgang voor het dimmen van laagspannings-LED-verlichting.

Schakelen en polariteitsomkering van de uitgangen geschiedt door een interne H-brug, motorsnelheid en dimmen worden geregeld door pulsbreedtemodulatie.

Datablad Nano Motor Controller Tree

Inhoudsopgave


Montage

Installeer het toestel in een geschikte installatiedoos.

Sluit de stroomvoorziening (oranje/witte schroefklem) en de Tree datalijnen (groen/witte klem) aan.

Het niveau van de voedingsspanning hangt af van de belasting, maar moet in het bereik van 9...26VDC liggen.

De uitgangen worden aangesloten volgens de geselecteerde bedrijfsmode.

Na het inschakelen van de voeding knippert de status-LED na korte tijd oranje als de bekabeling correct is (verbinding met Tree Extension/Miniserver bestaat).


Inbedrijfname

Volg daarna de aanleer procedure


Bedrijfsmodi

De Nano Motor Controller ondersteunt drie bedrijfsmodi die kunnen worden ingesteld in Loxone Config, die verschillen in functie en bij het aansluiten van de uitgangen:

Motor bidirectioneel

In deze bedrijfsmodus is een uitgang voor gelijkstroommotoren beschikbaar, inclusief regeling van looprichting en snelheid.
De looprichting kan tijdens de werking door de Nano Motor Controller worden omgeschakeld door de polariteit van de uitgangen om te keren:

Dit is geschikt voor toepassingen waarbij een verandering van richting nodig is, zoals aandrijvingen voor zonweringen, gordijnen, of gemotoriseerde ramen.

Motor unidirectioneel

In deze bedrijfsmodus zijn twee uitgangen beschikbaar voor gelijkstroommotoren inclusief de regeling van de snelheid, de uitgangen kunnen onafhankelijk van elkaar worden geregeld.
De looprichting wordt bepaald bij het aansluiten:

Dit is geschikt voor toepassingen waarbij twee motoren afzonderlijk moeten worden aangestuurd.

Dimmer

In deze bedrijfsmodus is een uitgang beschikbaar voor het dimmen van laagspannings-LED-verlichting:

Dit is geschikt voor verlichtingsarmaturen zoals LED-strips of -spots, die werken met een constante spanning van bijvoorbeeld 12V of 24V en kunnen worden gedimd door pulsbreedtemodulatie (PWM).


Aanwijzingen voor de werking van motoren

De snelheid en richting van de motoren wordt rechtstreeks geregeld via hun voedingsspanning.
De spanning wordt pulsbreedtemoduleerd aan de uitgangen van de Nano Motor Controller, en in bidirectionele modus ook uitgevoerd met omgekeerde polariteit.

Echte gelijkstroommotoren, die een commutator en borstels hebben, zijn bijzonder geschikt voor dit doel.

Bij borstelloze gelijkstroommotoren (Brushless DC), wordt de eigenlijke motor voorafgegaan door elektronica, waardoor PWM-regeling van het toerental via de voedingsspanning vaak onmogelijk is.
Dergelijke motoren kunnen alleen aan of uit worden geschakeld. De snelheid moet dan op 100% worden ingesteld, de versnellingswaarde kan op sprong worden ingesteld.
Een omkering van de draairichting is vaak niet mogelijk, en bovendien bestaat het gevaar dat de elektronica van de motor wordt beschadigd als deze niet geschikt is voor een omkering van de draairichting, en geen ompoolbeveiliging heeft.

Een parallelschakeling van motoren aan één uitgang is alleen mogelijk onder voorbehoud.
Hiervoor moet worden gezorgd dat alleen motoren van hetzelfde type worden gebruikt en dat deze gelijkmatig worden belast.

Tijdens motorstart maar ook tijdens het vertragen (remmen) kan de overstroomuitschakeling van de Nano Motor Controller bij aandrijvingen met een hogere massatraagheid ondanks een hoge overstroomgrenswaarde worden geactiveerd.
Remedie kan een verlaging van de waarde voor acceleratie en vertraging tot bijv. 20%/s zijn voor een langzamere start en stoppen en daarmee een verlaging van de stroom te bereiken.
Tijdens de eerste seconde van de motorstart is de ingestelde overstroomuitschakeling niet actief. Een uitschakeling vindt hier pas plaats vanaf 5A.

Bij het stoppen van de motor komt de motor niet op natuurlijke wijze tot stilstand, maar de Nano Motor Controller creëert om technische redenen een remeffect.
Als u zonder remeffect tot stilstand wilt komen, moet de waarde voor remmen op een geschikte lagere waarde worden ingesteld, zodat een vergelijkbaar gedrag als bij natuurlijke uitloop ontstaat.


Stroomgrenswaarden instellen

In de eigenschappen van de Nano Motor Controller kan een venster worden geopend met een diagram voor het instellen van de stroomgrenswaarden:

Vervolgens wordt aan de hand van het stroomverbruik van de motor een diagram getekend. Door middel van een proefloop van de gebruikte motor of aandrijving kunnen de grenswaarden voor stroomafname en overstroom aan de motor of aandrijving worden aangepast.

Het verdient aanbeveling de grenswaarden niet te krap in te stellen, voor het geval de motorbelasting en dus de stroom later enigszins verandert door effecten als slijtage of temperatuurinvloeden.

Tenslotte worden de waarden overgebracht naar de Miniserver door het programma op te slaan.


Sensoren

Korte beschrijving Beschrijving
Stroom doorgang Ingang wordt actief als de stroomopname van de motor boven de ingestelde grenswaarde voor de stroomdoorgang ligt (bidirectionele bedrijfsmodus)
Overstroom Ingang wordt actief wanneer de stroomopname van de motor boven de ingestelde grenswaarde voor overstroom ligt (bidirectionele bedrijfsmodus)
Stroom doorgang A Ingang wordt actief als de stroomopname van motor A boven de ingestelde grenswaarde voor stroomdoorgang A ligt (Bedrijfsmodus unidirectioneel)
Stroom doorgang B Ingang wordt actief als de stroomopname van motor B boven de ingestelde grenswaarde voor stroom doorgang B ligt (Bedrijfsmodus unidirectioneel)
Overstroom A Ingang wordt actief als de stroomopname van motor A boven de ingestelde grenswaarde voor overstroom A ligt (Bedrijfsmodus unidirectioneel)
Overstroom B Ingang wordt actief als de stroomopname van motor B boven de ingestelde grenswaarde voor overstroom B ligt (Bedrijfsmodus unidirectioneel)




Actoren

Korte beschrijving Beschrijving Eenheid Waardebereik
Rechtsom Uitgang activeert motor rechtsom A+/B- (bidirectionele bedrijfsmodus) - -
Linksom Uitgang activeert motor linksom A-/B+ (bidirectionele bedrijfsmodus) - -
Start/Stop A Uitgang activeert motor A (unidirectionele bedrijfsmodus) - -
Start/Stop B Uitgang activeert motor B (unidirectionele bedrijfsmodus) - -
Snelheid De uitgang bepaalt de snelheid van de motor (bidirectionele bedrijfsmodus)
Indien de uitgang niet wordt gebruikt, geldt de standaardsnelheid
% 0...100
Snelheid A Uitgang bepaalt de snelheid voor motor A (bedrijfsmodus unidirectioneel)
Als de uitgang niet wordt gebruikt, geldt de standaardsnelheid
% -
Snelheid B Uitgang bepaalt de snelheid voor motor B (bedrijfsmodus unidirectioneel)
Als de uitgang niet wordt gebruikt, geldt de standaardsnelheid
% -
Dimmer WW Standaardactor met één kanaal voor het regelen van verlichting (bedrijfsmodus dimmer) % -
Smartactor WW Slimme actor WW voor het regelen van verlichting, te gebruiken met compatibele verlichtingsmodules (bedrijfsmodus dimmer) - -




Diagnose ingangen

Korte beschrijving Beschrijving Eenheid Waardebereik
Online status Nano Motor Controller Tree Digitaal -
Systeem temperatuur °
Temperatuur uitschakeling Als de CPU-temperatuur een kritiek punt bereikt, worden de uitgangen van het apparaat uitgeschakeld. Dit kan te wijten zijn aan kortsluiting, overbelaste belastingen of te hoge omgevingstemperaturen. Digitaal -




Eigenschappen

Korte beschrijving Beschrijving Eenheid Waardebereik Standaard waarde
Onlinestatus bewaken Indien aangevinkt wordt u via de systeem status op de hoogte gesteld via de Loxone App of Cloud Mailer, als het apparaat niet langer beschikbaar of offline is. - - -
Serienummer Hier wordt de serienummer van het apparaat weergegeven.
Voor een Extension: 'Auto' mag enkel gebruikt worden als er maar 1 Extension van dit type aanwezig is.
- - -
Apparaattype Tree apparaat type - - -
Bedrijfsmodus Geeft de werkingsmodus van de Nano Motor Controller aan.
Motor Bidirectioneel: Eén uitgang voor gelijkstroommotoren met controle van richting en snelheid.
Motor Unidirectioneel: Twee uitgangen voor gelijkstroommotoren inclusief snelheidsregeling, geen richtingsverandering mogelijk.
Dimmer: Eén uitgang voor het dimmen van laagspannings-LED-lampen.
- - -
Stroomgrenswaarden Configureer de stroomgrenswaarden aan de hand van een diagram van de stroomsterkte. - - -
PWM-frequentie Frequentie van de puls breedte modulatie. Dient om zich aan te passen aan de motor. Zo kan bijvoorbeeld onaangenaam fluiten worden geëlimineerd. Hz 1000...10000 5000
Stroomsterkte grenswaarde Vanaf deze waarde wordt een stroom gedetecteerd. mA 100...3500 100
Grenswaarde overstroom Vanaf deze waarde wordt overstroom gedetecteerd, de uitgang wordt uitgeschakeld en de overstroomingang wordt actief. De totale stroom van beide uitgangen mag niet meer dan 3,5A mag bedragen. mA 100...3500 3500
Versnellen Snelheid van verandering bij het inschakelen.
Sprong betekent dat de streefwaarde onmiddellijk wordt ingesteld.
- - -
Vertragen Snelheid van verandering tijdens vertraging.
Sprong betekent dat de streefwaarde onmiddellijk wordt ingesteld.
- - -
Standaardsnelheid Standaardsnelheid wanneer de snelheidsuitgang niet wordt gebruikt. % 0...100 100




Veiligheidsinstructies

De installatie moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien in overeenstemming met de relevante voorschriften.

Installatie vereist montage in een geschikte behuizing om bescherming te bieden tegen aanraking, water en vuil.

Het apparaat mag niet worden gebruikt voor veiligheidskritische toepassingen.


Documenten

Datablad Nano Motor Controller Tree