Energiemanager BETA

Toepassing

Met de programmacomponent Energiemanager kan de momenteel geproduceerde energie perfect worden gebruikt.

Met deze component kunnen tot 12 verbruikers met verschillende prioriteiten worden aangestuurd. Als er dus meer stroom wordt geproduceerd dan er momenteel wordt verbruikt, worden de verbruikers automatisch ingeschakeld.

De energiemanager werkt de lijst af overeenkomstig de hoogte van de aansluitwaarde. Als er overschot beschikbaar is, wordt geprobeerd – te beginnen bij de kleinste aansluitwaarde – om zoveel mogelijk apparaten in te schakelen.

Het is natuurlijk mogelijk dat bijvoorbeeld de wasmachine onmiddellijk moet starten omdat u de was nog dezelfde dag nodig heeft. Met de triggeringangen kunt u de prioriteiten kortstondig wijzigen en een verbruiker dus onmiddellijk inschakelen.

Basisprogrammering

Om de energiemanager zijn werk te laten doen, moet hij weten hoeveel stroom er momenteel wordt geproduceerd of verbruikt.

Daartoe wordt het actuele vermogen doorgegeven aan ingang AIp. Als meer vermogen wordt geproduceerd dan verbruikt (als dus wordt teruggeleverd aan het elektriciteitsnet), is het vermogen negatief, bij afname is het vermogen positief.

Vervolgens verbindt u de verbruikers met de digitale uitgangen van de programmacomponent (Q1-Q12). Natuurlijk kunt u hier ook nog bijkomende logica programmeren.

Wanneer u een verbruiker ook handmatig, bijvoorbeeld met een druk op een knop, wilt starten, verbindt u de digitale ingang met de respectievelijke triggeringang (Tr1-Tr12).

 

functiebouwsteen energiemanager BETA

Dubbelklik nu op de component Energiemanager om naar het bewerkingsvenster te gaan.

Hier geeft u voor alle gebruikte uitgangen (elk aangesloten apparaat) de volgende informatie in:

BenoemingNaam van de verbruiker
Activeringsduur (in seconden)Tijd voor de instelling of voorbereiding van de verbruiker (bijv. keuze van het wasprogramma op de wasmachine)
Min. inschakelduur

(in minuten)

Tijd gedurende dewelke de verbruiker minstens ingeschakeld moet blijven.
Min. uitschakelduur

(in minuten)

Tijd gedurende dewelke de verbruiker uitgeschakeld moet blijven voor hij weer wordt ingeschakeld (bijvoorbeeld bij pompen)
Min. inschakelduur/dag

(in minuten)

Tijd gedurende dewelke de verbruiker per dag minstens ingeschakeld moet zijn (bijvoorbeeld bij vriezers).
Inschakelvermogen (in Kw)Vermogen dat extra beschikbaar moet zijn om te zorgen dat de uitgang inschakelt.
Vermogen

(in kW)

Nominaal vermogen van de verbruiker (te vinden op het kenplaatje of in de gebruiksaanwijzing)

energiemanager bewerken

Werkwijze

De programmacomponent ontvangt het actuele vermogen op ingang AIp. Als meer vermogen wordt geproduceerd dan verbruikt (als dus wordt teruggeleverd aan het elektriciteitsnet), is het vermogen negatief, bij afname is het vermogen positief.

Bij negatief vermogen op de ingang AIp probeert de energiemanager de overtollige energie optimaal te gebruiken. De verbruiker met het kleinste vermogen wordt automatisch geactiveerd als geen activeringsduur is aangegeven. Als er nog steeds energie beschikbaar is, worden nog meer verbruikers ingeschakeld. Zo lang vrije energie beschikbaar is, wordt geprobeerd zo mogelijk alle uitgangen op minimale duur/dag te brengen.

De verbruikers blijven minstens ingeschakeld gedurende de tijd die in het bewerkingsvenster (dubbelklikken op de component) bij “Min. inschakelduur” werd opgegeven. Als de verbruiker weer werd uitgeschakeld, blijft hij gedurende de “Min. uitschakelduur” uitgeschakeld. De cyclus wordt minstens herhaald tot de minimale inschakelduur per dag (“Min. inschakelduur/dag”) is bereikt. Als de minimale tijd per dag werd bereikt en er geen andere uitgangen wachten (alle reeds bediend resp. onvoldoende vrije energie beschikbaar) blijven deze uitgangen toch actief.

Als de hele dag nauwelijks energie wordt geproduceerd, zodat de minimale inschakelduur per dag niet met zelf geproduceerde energie kan worden gedekt, worden de verbruikers tijdig voor middernacht ingeschakeld, zodat de minimale inschakelduur per dag wordt bereikt.

Als u een verbruiker onmiddellijk wilt inschakelen, kunt u die activeren met een puls (korter dan 1 seconde) op de overeenkomstige triggeringang (Tr1 – Tr12). De uitgang wordt dan gedurende de minimale inschakelduur/dag geactiveerd, ook wanneer er momenteel geen overtollige energie beschikbaar is.
Als de puls langer duurt dan 1 seconde, gaat de energiemanager naar de handmatige modus. De uitgang wordt nu ingeschakeld tot ingang Tr weer op 0 wordt gezet.

Bij verbruikers die voor het inschakelen nog moeten worden voorbereid of geconfigureerd, kan een activeringsduur worden voorzien.
Met het inschakelvermogen kunt u vastleggen met welke vrije energie het apparaat wordt geactiveerd. Het daadwerkelijke vermogen volgens het typeplaatje invoeren. Dit wordt bijvoorbeeld ingezet in combinatie met Pv-installatie en warmtepomp. Als men alleen een 4kw Pv-installatie heeft maar de warmtepomp zou 8kW nodig hebben, dan zou nooit voldoende vrije energie geproduceerd kunnen worden.

De offset O legt de grens vast vanaf wanneer energie als vrij wordt beschouwd. Standaard wordt hier een 0 ingevoerd, d.w.z. de energie wordt gebruikt die in het geheugen zit. Als men de offset bijvoorbeeld op 3kW instelt en het actieve thuisverbruik 1,5 kW is, dan is nog 1,5 kW vrij. De Energiemanager schakelt dus verbruikers bij tot de offset is bereikt. Zo bereikt men dat apparaten bijv. ook zonder fotovoltaïsch systeem schakelen, waarbij ze echter niet hoger komen dan een bepaald verbruik.

Bijvoorbeeld voor de wasmachine:
De wasmachine moet eerst worden gevuld en het wasprogramma moet worden geselecteerd. Daartoe wordt de activeringsduur gebruikt. Door een puls op ingang Tr wordt de uitgang gedurende de activeringsduur geactiveerd. U kunt nu de deur van de wasmachine sluiten, het gewenste wasprogramma kiezen en de machine starten. Als er momenteel een overschot beschikbaar is, begint de wasmachine onmiddellijk en blijft ze gedurende de vereiste tijd ingeschakeld. Als er geen overtollige energie beschikbaar is, wordt de uitgang na de activeringsduur weer uitgeschakeld en wordt gewacht tot er energieoverschot beschikbaar is.
Op uitgang AQr wordt de restenergie aangegeven als analoge waarde, die naar een intelligent batterijsysteem kan worden doorgestuurd. Het batterijsysteem beslist dan zelf of er voldoende energie beschikbaar is om te laden.

informatieMerk op dat de energiemanager de berekening slechts een keer per minuut uitvoert om constant in- en uitschakelen te vermijden.

Ingangen

NaamBenoemingBeschrijvingWaardebereikEenheid
AIpAnaloge ingang actuele productieactueel vermogen dat momenteel wordt geproduceerdkW
AIbAnaloge ingang vermogen batterijactueel vermogen waarmee de batterij wordt geladenkW
AItAnaloge ingang prioriteitskeuzeHier kan de prioriteit via voorgeschakelde logica worden veranderd.1-12
Tr1-12Digitale ingangPuls activeert de respectievelijke uitgang, een lange puls schakelt de uitgang Continu Aan of Uit0/1
RResetschakelt alle uitgangen uit0/1

 

Parameters

NaamBenoemingBeschrijvingWaardebereikEenheid
OOffsetEr worden slechts zoveel uitgangen geactiveerd dat het daadwerkelijke verbruik (Alp) deze waarde niet overschrijdt.kW

 

Uitgangen

NaamBenoemingBeschrijvingWaardebereikEenheid
Q1-Q12Digitale uitgang verbruikersde verbruikers worden aan deze uitgangen gekoppeld0/1
AQrAnaloge uitgang restenergieGeeft de actuele restenergie aan. Kan worden gebruikt om een intelligente batterij te laden.kW